Ja, als uw bedrijf een rechtspersoon, maatschap of vof is, zorg of hulp verleent zoals verpleging, verzorging, begeleiding, huishoudelijke hulp of behandeling, en in enige mate geld van de overheid ontvangt. Dat geld mag ook indirect komen, via een zorgverzekeraar, zorgkantoor, gemeente of pgb. Of u winst wilt maken, maakt niet uit.
PFZW is Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Verplichtstelling betekent dat de overheid deelname voor een hele bedrijfstak verplicht heeft gemaakt. U kunt dan niet zelf een andere pensioenregeling kiezen voor uw medewerkers.
In het kort
- Voor zorg met en zonder verblijf noemt de verplichtstelling de rechtspersoon, de maatschap, de vof en de cv. Winstoogmerk maakt niet uit, en geld van de overheid in enige mate is genoeg.
- Paramedische praktijken zoals fysiotherapie en logopedie zijn uitgezonderd, net als basis-ggz zonder medisch specialist. Huisartsen, tandartsen voor hun assistenten en de kinderopvang hebben een eigen omschrijving, waarin ook de natuurlijke persoon staat.
- De premie is in 2026 25,9% van het salaris min een franchise van € 17.283, tot een salaris van € 137.800. Een dga doet niet verplicht mee.
In dit artikel
Wie valt verplicht onder PFZW?
Werkgevers in een aantal omschreven groepen, en hun werknemers. De verplichtstelling noemt onder meer werkgevers in de intramurale en extramurale zorg, in de huisartsenzorg, tandartsen, werkgevers in de jeugdzorg, in het welzijnswerk en de maatschappelijke dienstverlening en in de kinderopvang. De laatste wijziging geldt sinds 1 januari 2025 (Staatscourant 2024, 27714).
Voor elke groep staat precies omschreven welke werkgever eronder valt. Die omschrijving bepaalt of u moet aansluiten, niet de naam van uw bedrijf of de cao die u volgt. PFZW geeft per groep dezelfde tekst op de eigen site (PFZW, Moet of mag ik aansluiten).
Wanneer valt een zorgbedrijf met of zonder verblijf eronder?
Als drie dingen samenkomen. De werkgever is een rechtspersoon, maatschap, vof of cv in de zorg, met of zonder verblijf. Hij ontvangt de inkomsten in enige mate direct of indirect van de overheid. En hij verleent, met of zonder winstoogmerk, zorg of hulp in een van de genoemde vormen (Staatscourant 2024, 27714, onderdeel A.a).
Die vormen zijn onder meer hulp bij het huishouden, persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, behandeling of medisch-specialistische zorg, verblijf, kraamzorg, verslavingszorg en preventie (Staatscourant 2024, 27714). Een thuiszorg-bv met wijkverpleging uit de Zvw en huishoudelijke hulp uit de Wmo valt er dus onder, ook als de bv winst uitkeert aan de holding.
Uitgezonderd is de privékliniek die geen zorg verleent die door de overheid wordt betaald (Staatscourant 2024, 27714). Wie alleen particulier betaalde zorg levert, valt dus niet onder deze groep.
Geldt de verplichting ook voor een eenmanszaak met personeel?
Dat staat niet vast. In de omschrijving voor zorg met en zonder verblijf staan de rechtspersoon, de maatschap, de vof en de cv. De eenmanszaak staat er niet bij. Voor jeugdzorg en welzijnswerk noemt de tekst alleen de rechtspersoon (Staatscourant 2024, 27714).
Daaruit kunt u afleiden dat een eenmanszaak met personeel in de thuiszorg of jeugdzorg niet verplicht onder PFZW valt. PFZW heeft die afleiding niet bevestigd. Ga er dus niet zomaar van uit.
Bij de huisartsenzorg, de tandarts en de kinderopvang is het anders. Daar noemt de tekst uitdrukkelijk ook de natuurlijke persoon (Staatscourant 2024, 27714). Een huisarts of tandarts met een eenmanszaak en personeel valt er dus wel onder.
Twijfelt u, vraag het dan na. Via het aanvraagformulier van PFZW hoort u binnen 10 werkdagen of uw medewerkers verplicht of vrijwillig pensioen opbouwen bij het fonds. Telefonisch kan dat niet (PFZW, Moet of mag ik aansluiten).
Welke praktijken zijn uitgezonderd?
Werkgevers die alleen paramedische of andere genoemde diensten leveren. De uitzondering noemt onder meer fysiotherapie, logopedie, diëtetiek, ergotherapie, oefentherapie, podotherapie, huidtherapie, verloskunde, apotheekwerk, tandheelkundige zorg, huisartsenzorg, jeugdzorg en alternatieve geneeskunst (Staatscourant 2024, 27714).
Let op twee grenzen. Doet zo'n werkgever daarnaast in enige vorm medisch-specialistische behandeling, dan valt hij er wel onder. En een werkgever in de basis-ggz valt er alleen buiten als die zorg zonder betrokkenheid van een medisch specialist wordt gegeven (Staatscourant 2024, 27714).
Huisartsenzorg en jeugdzorg vallen buiten de groep zorg, maar hebben elk een eigen groep binnen PFZW. Voor de tandarts geldt de verplichting alleen voor de tandartsassistenten (Staatscourant 2024, 27714).
Welke medewerkers doen mee?
Iedereen met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever uit de verplichtstelling, met een paar uitzonderingen (Staatscourant 2024, 27714, onderdeel B):
- werknemers jonger dan 15 jaar en werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt
- werknemers die al verplicht in een ander bedrijfstak- of beroepspensioenfonds zitten
- scholieren en studenten die alleen in hun vakantie werken, maximaal 6 weken achter elkaar en 60 dagen per jaar
- de directeur-grootaandeelhouder (dga)
Zzp'ers die u inhuurt, doen niet mee, omdat zij geen arbeidsovereenkomst hebben. Blijkt een zzp'er achteraf werknemer te zijn, dan kan dat ook voor het pensioen gevolgen hebben.
Wat kost PFZW in 2026?
De premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen is in 2026 25,9% van het salaris min de franchise. De franchise is € 17.283. Het maximale salaris waarover pensioen wordt opgebouwd, is € 137.800 (PFZW, Premiepercentages en franchises). De franchise is het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd, omdat de AOW dat deel al dekt.
Daarnaast is er een premie van 3,4% voor het WIA-excedentpensioen over het deel van het salaris boven het maximum SV-loon. Alleen medewerkers met een salaris boven die grens betalen die premie (PFZW, Premiepercentages en franchises).
Wie de premie uiteindelijk draagt, is minder simpel dan de verdeling op de loonstrook. Onderzoek met Nederlandse loongegevens van 2006 tot en met 2012 vond dat 70% van een wijziging in de pensioenpremie in de loonkosten van de werkgever terechtkwam en 30% in het nettoloon van de werknemer (Bösch e.a., 2022). Dat gaat over de korte en middellange termijn, maar het laat zien dat een premiestijging vooral bij de werkgever landt.
Wat een medewerker u in totaal kost, inclusief PFZW en werkgeverslasten, rekent u uit met de rekentools per cao, bijvoorbeeld voor de VVT (rekentool cao VVT) of de jeugdzorg (rekentool cao Jeugdzorg).
Bronnen
- Besluit van de Minister van SZW tot wijziging van de verplichtstelling tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn, Staatscourant 2024, nr. 27714, 27 augustus 2024, in werking 1 januari 2025. pfzw.nl
- PFZW, Moet of mag ik aansluiten, geraadpleegd 1 november 2026. pfzw.nl
- PFZW, Premiepercentages en franchises, geraadpleegd 1 november 2026. pfzw.nl
- Bösch, N., Van Ewijk, C., Micevska Scharf, M. & Muns, S. (2022). The incidence of pension contributions: a panel based analysis of the impact of pension contributions on labor cost, wages and labor supply. De Economist, 170(1), 107-132. doi.org