Ja, in de meeste gevallen. Sinds 1 januari 2025 heeft elke zorgaanbieder die zorg uit de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) verleent of laat verlenen een toelatingsvergunning nodig, ook met minder dan elf zorgverleners. Alleen de zzp'er in een eenmanszaak die alle zorg zelf geeft, meldt zich en heeft geen vergunning nodig.
De Wtza is de Wet toetreding zorgaanbieders. Ze regelt wie zich moet melden voordat de zorg begint, en wie een vergunning nodig heeft. Het CIBG, een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van VWS, voert de wet uit.
In het kort
- Melden: elke zorgaanbieder voordat de zorg begint, ook de zzp'er. Vergunning: elke instelling die Zvw- of Wlz-zorg of medisch-specialistische zorg verleent of laat verlenen.
- U bent een instelling zodra u zorg laat verlenen door een ander, of als u een rechtspersoon bent, zoals een bv. Een rechtspersoon kan volgens het CIBG nooit een zzp'er zijn.
- De aanvraag kost € 725 en de beslistermijn is in beginsel 8 weken. Zorg verlenen zonder vergunning kan een boete van maximaal € 87.000 opleveren.
In dit artikel
- Wat veranderde er op 1 januari 2025?
- Wanneer bent u een instelling en geen zzp'er meer?
- Voor welke zorg heeft een instelling een vergunning nodig?
- Wat moet u regelen voordat u zorg gaat verlenen?
- Aan welke eisen moet u voldoen?
- Wat gebeurt er als u zonder vergunning zorg verleent?
- Waar let u op als u groeit of naar een bv gaat?
Wat veranderde er op 1 januari 2025?
De vergunningplicht werd uitgebreid naar kleine zorgaanbieders. Het CIBG schrijft dat de vergunningplicht sinds die datum ook geldt voor zorgaanbieders die met minder dan 11 zorgverleners zorg verlenen op grond van de Zvw of de Wlz. Solisten, zzp'ers en onderaannemers bleven uitgesloten (CIBG, Wetswijziging Wtza per 1 januari 2025, 30 december 2024).
Aanbieders die al vóór 2025 zorg gaven en door de wijziging vergunningplichtig werden, kregen automatisch een vergunning van rechtswege, zonder aanvraag. Zij moeten wel aan alle eisen van de vergunning voldoen (CIBG, Alles over de vergunningplicht). Een nieuwe aanbieder moet de vergunning zelf aanvragen.
Wanneer bent u een instelling en geen zzp'er meer?
Zodra u zorg laat verlenen door een ander, of als u een rechtspersoon bent. De wet noemt als instelling een rechtspersoon die bedrijfsmatig zorg verleent of doet verlenen, en een natuurlijk persoon die bedrijfsmatig zorg doet verlenen. Een solistisch werkende zorgverlener is iemand die zelf beroepsmatig zorg verleent en niet in dienst of in opdracht van een instelling werkt (Wtza, artikel 1).
Het CIBG zegt het zo: een zzp'er is één persoon die de feitelijke zorg zelf uitvoert, en een rechtspersoon kan nooit een zzp'er zijn (CIBG, Informatie voor zzp'ers). Op de pagina met uitzonderingen staat dat solistisch werkende zorgverleners geen vergunning hoeven aan te vragen, behalve als het een rechtspersoon is, bijvoorbeeld een bv (CIBG, Uitzonderingen op de vergunningplicht).
Voor de praktijk betekent dat het volgende. Neemt u als eenmanszaak één zorgverlener in dienst, of huurt u een zzp'er in die zorg geeft aan uw cliënten, dan laat u zorg verlenen. U bent dan volgens de definitie een instelling. Werkt u alleen, maar via een eigen bv, dan bent u ook een instelling.
Voor welke zorg heeft een instelling een vergunning nodig?
Voor zorg uit de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg, en voor medisch-specialistische zorg (Wtza, artikel 4 lid 1). Denk aan wijkverpleging, fysiotherapie uit de basisverzekering, ggz-behandeling of Wlz-zorg thuis.
Geeft u alleen Wmo-zorg of alleen jeugdhulp, dan hoeft u geen vergunning aan te vragen (CIBG, Alles over de vergunningplicht). Ook uitgezonderd zijn aanbieders die uitsluitend hulpmiddelen leveren, vervoer regelen, woningen schoonhouden of roerende voorzieningen leveren (Uitvoeringsbesluit Wtza, artikel 3).
Onderaannemers zijn in beginsel uitgezonderd. Dat geldt niet bij een lege huls: een aanbieder die zelf geen zorg verleent en alle zorg door een onderaannemer laat doen. Dan zijn hoofd- en onderaannemer allebei vergunningplichtig (CIBG, Alles over de vergunningplicht). Een hoofdaannemer moet bovendien in een schriftelijke overeenkomst vastleggen hoe de onderaannemer de kwaliteit van de zorg waarborgt (CIBG, Vragen over de vergunningplicht).
Een bemiddelingsbureau dat alleen vraag en aanbod bij elkaar brengt, is geen zorgaanbieder. Sluit het bureau zelf een overeenkomst met een pgb-houder of zorgverzekeraar om zorg te leveren, regelt het vervanging bij ziekte en maakt het afspraken over de inhoud van de zorg, dan is het wel een zorgaanbieder en vergunningplichtig (CIBG, Vragen over de vergunningplicht).
Wat moet u regelen voordat u zorg gaat verlenen?
Eerst melden, en als instelling ook de vergunning. De meldplicht geldt voor elke zorgaanbieder: de zorg mag pas beginnen nadat u zich bij de minister heeft gemeld (Wtza, artikel 2). Dat doet u in het Zorgaanbiedersportaal, waarna de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd weet dat u er bent (KVK, Starten als zzp-verpleegkundige of VIG'er, bijgewerkt 15 september 2026).
De vergunning vraagt u online aan. U heeft eHerkenning nodig van minimaal niveau 2+, uw KVK-nummer en de (concept)statuten. De behandeling kost € 725 en start pas als die betaling binnen is. De beslistermijn is in beginsel 8 weken en kan eenmalig worden verlengd. Het CIBG kan een Verklaring Omtrent het Gedrag vragen of een Bibob-onderzoek starten (CIBG, Vergunning aanvragen).
Aan welke eisen moet u voldoen?
Het CIBG weigert de vergunning als het niet aannemelijk is dat u aan een reeks eisen voldoet. Daaronder vallen goede zorg en een kwaliteitssysteem uit de Wkkgz, een transparante financiële bedrijfsvoering uit de Wet marktordening gezondheidszorg (artikel 40a) en correct declareren (artikel 35) (Wtza, artikel 5 lid 2).
De eis van een transparante bedrijfsvoering betekent concreet: schriftelijk vastleggen wie welke financiële taken heeft, zorgactiviteiten financieel scheiden van andere activiteiten, en elke ontvangst en betaling herleidbaar maken naar bron en bestemming. Voor zzp'ers gelden deze eisen niet (CIBG, Financiële bedrijfsvoering en derivaten).
Een interne toezichthouder, zoals een raad van toezicht van minimaal drie personen, is niet nodig voor instellingen die in de regel met tien of minder zorgverleners werken. Instellingen zonder verblijf met in de regel vijftig of minder zorgverleners hoeven er ook geen te hebben, tenzij zij medisch-specialistische zorg of persoonlijke verzorging, begeleiding of verpleging leveren (Uitvoeringsbesluit Wtza, artikel 5 en 6).
Wat gebeurt er als u zonder vergunning zorg verleent?
Dan overtreedt u de wet en riskeert u een boete en een dwangsom. Volgens het CIBG kan de IGJ een instelling met een last onder dwangsom dwingen alsnog een vergunning aan te vragen, en een boete opleggen van maximaal € 87.000 als de instelling zonder vergunning zorg heeft verleend (CIBG, Vragen over de vergunningplicht).
Ook uw omzet loopt risico. Zorgverzekeraars en zorgkantoren kunnen de vergunning als voorwaarde stellen voor het vergoeden van declaraties. Ze kunnen geen vergunning eisen als die op grond van de Wtza niet voor u geldt (CIBG, Vragen over de vergunningplicht).
Waar let u op als u groeit of naar een bv gaat?
Plan de vergunning in vóór de eerste medewerker of de eerste ingehuurde zorgverlener begint. Met een beslistermijn van 8 weken en mogelijke vragen van het CIBG kan de aanvraag langer duren dan het werven van een collega.
Let extra op bij een nieuwe rechtsvorm. Krijgt u door de overstap een ander KVK-nummer, zoals bij de stap van eenmanszaak naar bv, dan moet u in elk geval een nieuwe vergunning aanvragen (CIBG, Vragen over de vergunningplicht). Neem dat mee in de planning van de omzetting. De fiscale kant van die stap staat in een apart artikel (Eenmanszaak omzetten naar een bv).
De regels voor wie de zorgmarkt op mag, bepalen mee hoe die markt eruitziet. Onderzoek naar commerciële verpleeghuizen in Nederland liet zien dat veranderingen in de regels de groei van die sector mogelijk maakten, samen met toegang tot kapitaal van private investeerders (Bos, Kruse & Jeurissen, 2020). De bredere vergunningplicht is een van de manieren waarop de overheid nu meer grip wil op nieuwe aanbieders.
Bronnen
- Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), artikelen 1, 2, 4 en 5, versie 5 juli 2025, gelezen via het BWB-repository. wetten.overheid.nl
- Uitvoeringsbesluit Wtza, artikelen 3, 5 en 6, versie 1 juli 2026. wetten.overheid.nl
- CIBG, Wetswijziging Wtza per 1 januari 2025: vergunning van rechtswege, 30 december 2024. toetredingzorgaanbieders.nl
- CIBG, Alles over de vergunningplicht, geraadpleegd 1 november 2026. toetredingzorgaanbieders.nl
- CIBG, Uitzonderingen op de vergunningplicht, geraadpleegd 1 november 2026. toetredingzorgaanbieders.nl
- CIBG, Informatie voor zzp'ers, geraadpleegd 1 november 2026. toetredingzorgaanbieders.nl
- CIBG, Vergunning aanvragen, geraadpleegd 1 november 2026. toetredingzorgaanbieders.nl
- CIBG, Vragen over de vergunningplicht, geraadpleegd 1 november 2026. toetredingzorgaanbieders.nl
- CIBG, Financiële bedrijfsvoering en derivaten, geraadpleegd 1 november 2026. toetredingzorgaanbieders.nl
- KVK, Starten als zzp-verpleegkundige of VIG'er, bijgewerkt 15 september 2026. kvk.nl
- Bos, A., Kruse, F.M. & Jeurissen, P. (2020). For-profit nursing homes in the Netherlands: what factors explain their rise? International Journal of Health Services, 50(4), 431-443. doi.org