Sinds 1 januari 2026 moet een jeugdhulpaanbieder een interne toezichthouder hebben als hij jeugdhulp met verblijf verleent met meer dan tien jeugdhulpverleners. Dat geldt ook voor een aanbieder die in totaal met meer dan vijfentwintig jeugdhulpverleners werkt, en voor elke gecertificeerde instelling.
Een interne toezichthouder is een orgaan dat toezicht houdt op de leiding en haar met raad bijstaat, zoals een raad van toezicht of een raad van commissarissen. Hij bestaat uit minstens drie personen die onafhankelijk zijn van de aanbieder. Voor een bv met een of twee eigenaren in de directie is dat een grote verandering.
In het kort
- Verplicht bij jeugdhulp met verblijf met meer dan 10 jeugdhulpverleners, bij meer dan 25 jeugdhulpverleners in totaal en voor elke gecertificeerde instelling. Wie over de grens groeit, heeft zes maanden.
- Minstens drie personen, benoemd voor hoogstens vier jaar en één keer te verlengen. Ze mogen niet in de leiding zitten, geen aandelen hebben en de afgelopen drie jaar niet voor u hebben gewerkt.
- De regering schatte de kosten voor een middelgrote aanbieder op gemiddeld € 13.300 eenmalig en € 5.300 per jaar, zonder de vergoeding voor de leden.
In dit artikel
- Welke jeugdhulpaanbieder moet een interne toezichthouder hebben?
- Hoe telt u het aantal jeugdhulpverleners?
- Aan welke eisen moet de interne toezichthouder voldoen?
- Wat doet de toezichthouder, en wat moet u daarvoor regelen?
- Wat kost een interne toezichthouder?
- Geldt dit ook voor gehandicaptenzorg onder de Wlz of Zvw?
Welke jeugdhulpaanbieder moet een interne toezichthouder hebben?
Drie groepen. De aanbieder die met meer dan tien jeugdhulpverleners jeugdhulp met verblijf verleent, de aanbieder die met meer dan vijfentwintig jeugdhulpverleners jeugdhulp verleent, en elke gecertificeerde instelling (Jeugdwet, artikel 4.4.1). Een gecertificeerde instelling voert kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering uit.
De regel staat in de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Het deel over de bestuursstructuur geldt sinds 1 januari 2026 (Staatsblad 2025, 283). De wet stelt volgens de Rijksoverheid eisen aan de bedrijfsstructuur en de financiële bedrijfsvoering, zodat financiële problemen van aanbieders niet leiden tot uitval van zorg (Rijksoverheid, 7 oktober 2025).
De verplichting geldt los van uw rechtsvorm. Een stichting, een bv of een andere vorm: het maakt niet uit hoe het orgaan heet, zolang het aan de eisen voldoet. Een raad van commissarissen of een raad van toezicht kan dus allebei (Kamerstuk 36 546, nr. 3, memorie van toelichting).
Twee groepen zijn uitgezonderd: gemeenten die zelf jeugdhulp verlenen, en aanbieders die alleen vervoer van jeugdigen leveren (Besluit Jeugdwet, artikel 4.0.a1). Een solistisch werkende jeugdhulpverlener komt niet aan de aantallen en heeft dus geen toezichthouder nodig.
Hoe telt u het aantal jeugdhulpverleners?
Een jeugdhulpverlener is in de wet een natuurlijk persoon die beroepsmatig jeugdhulp verleent (Jeugdwet, artikel 1.1). De wet telt de hulpverleners met wie de aanbieder jeugdhulp verleent of doet verlenen. Dat wijst erop dat ook hulpverleners meetellen die u inhuurt. Hoe precies wordt geteld, staat niet in de wet.
Levert u ook zorg onder de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), bijvoorbeeld gehandicaptenzorg of ggz voor volwassenen? Dan tellen uw zorgverleners mee als jeugdhulpverleners (Jeugdwet, artikel 4.4.1 lid 5). Zo hoeft niet per persoon te worden bepaald onder welke wet hij werkt (memorie van toelichting).
Groeit u boven de grens van tien, dan heeft u zes maanden om aan de eisen te voldoen (Jeugdwet, artikel 4.4.1 lid 4). Drie geschikte, onafhankelijke mensen vinden kost tijd. Wie verwacht te groeien, begint dus beter vóór de grens.
Aan welke eisen moet de interne toezichthouder voldoen?
De interne toezichthouder bestaat uit minstens drie natuurlijke personen. Een lid wordt benoemd voor hoogstens vier jaar, en dat mag één keer met hoogstens vier jaar worden verlengd. In totaal zit iemand er dus hoogstens acht jaar (Besluit Jeugdwet, artikel 4.0.a2).
De leden moeten onafhankelijk zijn. Een lid krijgt van de aanbieder alleen een passende vergoeding voor het toezicht. Het lid en zijn partner of familie tot in de tweede graad zaten de afgelopen drie jaar niet in de leiding, werkten niet voor de aanbieder in loondienst of als opdrachtnemer en hebben geen aandelen in de aanbieder (Besluit Jeugdwet, artikel 4.0.a3).
Ook mag een lid niet tegelijk in de leiding zitten, en niet de wethouder of burgemeester zijn die over jeugdhulp gaat. De aanbieder bevordert dat minstens één lid zelf jeugdhulp kreeg, ouder is van een jongere die hulp kreeg, of als jeugdarts of jeugdhulpverlener werkt of werkte (Jeugdwet, artikel 4.4.1).
Een lid mag niet in de leiding zitten van een andere aanbieder die in uw gebied hetzelfde werk doet. Ook mag hij daar niet in de toezichthouder zitten, tenzij die aanbieder tot uw eigen groep hoort (Besluit Jeugdwet, artikel 4.0.a3). Heeft u een holding met meerdere zorg-bv's, dan kan één toezichthouder dus voor de groep werken.
Wat doet de toezichthouder, en wat moet u daarvoor regelen?
De toezichthouder houdt toezicht op het beleid van de leiding en op de gang van zaken, en geeft de leiding raad (Jeugdwet, artikel 4.4.1). Hij richt zich daarbij op het belang van de aanbieder, het maatschappelijk belang en dat van de betrokkenen (Besluit Jeugdwet, artikel 4.0.a4).
- Leg vast hoe de verantwoordelijkheden tussen de toezichthouder en de leiding zijn verdeeld, en hoe u conflicten tussen beide oplost (Jeugdwet, artikel 4.4.1).
- Laat de toezichthouder een profielschets maken: welke kennis en achtergrond de leden samen nodig hebben (Besluit Jeugdwet, artikel 4.0.a4).
- Geef de toezichthouder op tijd alle informatie die nodig is, en ten minste één keer per jaar schriftelijk de hoofdlijnen van de strategie, de algemene en financiële risico's en het beheers- en controlesysteem (Besluit Jeugdwet, artikel 4.0.a5).
- Pas uw statuten aan. In een bv kan de toezichthouder een raad van commissarissen zijn, in een stichting een raad van toezicht.
Onderzoek naar ziekenhuisbesturen geeft een aanwijzing waarom dit ertoe doet. Een overzicht van 122 studies vond duidelijke verschillen tussen goed en slecht presterende ziekenhuizen, en effectief toezicht ging samen met goed geïnformeerde en deskundige bestuursleden (Millar e.a., 2013). De onderzoekers noemen het vakgebied wel nog onvolgroeid. Het gaat om ziekenhuizen, vooral in de Verenigde Staten, en om samenhang, niet om bewezen oorzaak.
Voor uw praktijk betekent dat: kies leden die de cijfers en de risico's van een jeugdhulpaanbieder echt kunnen lezen, en geef ze die informatie ook. Een toezichthouder die alleen de jaarrekening ziet, kan weinig doen.
Wat kost een interne toezichthouder?
Volgens de regering gemiddeld € 13.300 eenmalig en € 5.300 per jaar voor een middelgrote aanbieder, zonder de vergoeding voor de leden. Die schatting komt van Sira Consulting en staat in de memorie van toelichting (Kamerstuk 36 546, nr. 3).
€ 13.300
eenmalige regeldruk, gemiddeld per middelgrote aanbieder
€ 5.300
regeldruk per jaar, zonder de vergoeding voor de leden
3
leden minimaal, elk met een passende vergoeding
De eenmalige kosten zitten in het zoeken en benoemen van leden, het aanpassen van statuten en het vastleggen van de afspraken. De jaarlijkse kosten gaan vooral over de informatie die u elk jaar voor de toezichthouder verzamelt (memorie van toelichting). De vergoeding voor de drie leden komt daar nog bij. Daar noemt de regeling geen bedrag voor, alleen dat ze passend moet zijn.
Neem die kosten op in uw begroting en in uw tarief. Jeugdhulp wordt vooral door gemeenten ingekocht. Gemeenten moeten in hun verordening regels stellen voor een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit (Jeugdwet, artikel 2.11). Wat dat in uw contract betekent, verschilt per regio.
Geldt dit ook voor gehandicaptenzorg onder de Wlz of Zvw?
Daar geldt een vergelijkbare regel uit de Wtza. Een instelling met een toelatingsvergunning heeft een interne toezichthouder van minstens drie natuurlijke personen nodig, voor hoogstens vier jaar en één keer te verlengen (Uitvoeringsbesluit Wtza, artikel 6).
De uitzonderingen zijn anders. Een instelling die in de regel met tien of minder zorgverleners werkt, hoeft geen toezichthouder te hebben. Een instelling waar cliënten niet verblijven, hoeft dat tot vijftig zorgverleners niet, tenzij ze persoonlijke verzorging, begeleiding of verpleging levert onder de Wlz of de Zvw (Uitvoeringsbesluit Wtza, artikel 5).
Sinds 1 januari 2025 geldt de vergunningplicht ook voor zorgaanbieders die met minder dan elf zorgverleners Wlz- of Zvw-zorg leveren. Solisten en onderaannemers zijn uitgezonderd (CIBG, 30 december 2024). Levert u Wlz-begeleiding met meer dan tien zorgverleners, dan heeft u dus ook onder de Wtza een interne toezichthouder nodig.
Bronnen
- Jeugdwet, artikelen 1.1 en 4.4.1, versie 1 januari 2026. wetten.overheid.nl
- Besluit van 15 oktober 2025 over de inwerkingtreding van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, Staatsblad 2025, 283. officielebekendmakingen.nl
- Rijksoverheid, Eerste Kamer stemt in met wet voor betere beschikbaarheid jeugdzorg, nieuwsbericht, 7 oktober 2025. rijksoverheid.nl
- Tweede Kamer, Kamerstuk 36 546, nr. 3, memorie van toelichting bij de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, vergaderjaar 2023-2024. officielebekendmakingen.nl
- Besluit verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (wijziging Besluit Jeugdwet), 5 november 2025, Staatsblad 2025, 357, artikelen 4.0.a1 tot en met 4.0.a5. officielebekendmakingen.nl
- Millar, R., Mannion, R., Freeman, T. & Davies, H. T. O. (2013). Hospital board oversight of quality and patient safety: a narrative review and synthesis of recent empirical research. The Milbank Quarterly, 91(4), 738-770. doi.org
- Uitvoeringsbesluit Wtza, artikelen 5 en 6, versie 1 juli 2026. wetten.overheid.nl
- CIBG, Wetswijziging Wtza per 1 januari 2025, nieuwsbericht, 30 december 2024. toetredingzorgaanbieders.nl