Vanaf 1 januari 2027 moet een jeugdhulpaanbieder in zijn administratie de jeugdhulp scheiden van zijn andere werk. Elke ontvangst en betaling moet traceerbaar zijn naar bron en bestemming. Daarnaast maakt hij elk jaar een jaarverantwoording openbaar. Een solistisch werkende jeugdhulpverlener is uitgezonderd.
De regels gelden al voor het boekjaar 2026. De eerste openbare jaarverantwoording gaat dus over 2026 en moet vóór 1 juni 2027 openbaar zijn. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt er toezicht op. Wie zijn administratie over 2026 nu goed inricht, voorkomt herstelwerk achteraf.
In het kort
- Vanaf 2027 scheidt een jeugdhulpaanbieder jeugdhulp in de administratie van ander werk, legt hij de financiële taakverdeling schriftelijk vast en maakt hij elke betaling traceerbaar.
- De eerste openbare jaarverantwoording gaat over boekjaar 2026 en moet vóór 1 juni 2027 openbaar zijn. De NZa houdt toezicht.
- In de thuiszorg kreeg een bv in 2026 een NZa-boete van € 100.000, en de bestuurder € 30.000, omdat betalingen aan de bestuurder niet traceerbaar waren. In de Jeugdwet staat vanaf 2027 een vergelijkbare plicht.
In dit artikel
- Wat verandert er in 2027 voor de financiën van een jeugdhulpaanbieder?
- Wat betekent het om jeugdgeld apart te houden?
- Wat gebeurt er als geldstromen niet traceerbaar zijn?
- Wie moet een openbare jaarverantwoording maken, en wat staat erin?
- Wat regelt u nu al voor het boekjaar 2026?
- Wat levert die administratie u zelf op?
Wat verandert er in 2027 voor de financiën van een jeugdhulpaanbieder?
Er komen twee plichten bij: een transparante financiële bedrijfsvoering en een openbare jaarverantwoording. Ze staan in de artikelen 4.5.1 en 4.5.2 van de Jeugdwet en gelden voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen, behalve voor de solistisch werkende jeugdhulpverlener (Jeugdwet, artikelen 4.5.1 en 4.5.2).
Beide artikelen treden in werking op 1 januari 2027. Omdat een financiële verantwoording over een heel boekjaar gaat, gelden ze al voor het boekjaar 2026. Die jaarverantwoording moet vóór 1 juni 2027 openbaar zijn. Ook het toezicht door de NZa begint op 1 januari 2027 (Staatsblad 2025, 283, nota van toelichting).
Volgens de Rijksoverheid moet de wet voorkomen dat financiële problemen van aanbieders leiden tot uitval van zorg. Daarom stelt ze eisen aan de bedrijfsstructuur en de financiële bedrijfsvoering. De taken van de Jeugdautoriteit gaan naar de NZa (Rijksoverheid, 7 oktober 2025).
Wat betekent het om jeugdgeld apart te houden?
U onderscheidt in financiële zin uw jeugdhulp van uw andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten (Jeugdwet, artikel 4.5.1 lid 2). Verkoopt u naast jeugdhulp ook trainingen aan scholen of coaching aan bedrijven, dan moet uit uw administratie blijken wat bij de jeugdhulp hoort en wat niet.
Daarnaast legt u schriftelijk vast wie welke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft in de financiële bedrijfsvoering. En in uw financiële administratie zijn ontvangsten en betalingen traceerbaar naar bron en bestemming. Ook moet duidelijk zijn wie op welk moment welke verplichting is aangegaan (Jeugdwet, artikel 4.5.1 leden 1 en 4).
De wet noemt geen aparte bankrekening. Wat telt, is dat u per geldstroom kunt laten zien waar het geld vandaan kwam en waar het naartoe ging. In de praktijk betekent dat: eigen kostenplaatsen voor jeugdhulp, een duidelijke verdeling van gedeelde kosten zoals huur en administratie, en een factuur of contract bij elke betaling.
Levert u ook zorg waarop artikel 40a van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) van toepassing is, bijvoorbeeld als combi-instelling met ggz of gehandicaptenzorg? Dan geldt dat Wmg-artikel en niet artikel 4.5.1 van de Jeugdwet (Jeugdwet, artikel 4.5.1 lid 5). Zo vallen combi-instellingen niet onder twee regimes (Kamerstuk 36 546, nr. 3).
Wat gebeurt er als geldstromen niet traceerbaar zijn?
Dan kan de NZa ingrijpen. In september 2026 kreeg Balans Thuiszorg B.V., een aanbieder van wijkverpleging met zo'n 130 cliënten, een boete van € 100.000. De bestuurder kreeg zelf € 30.000, omdat die de financiële administratie beter had moeten organiseren (NZa, 21 september 2026).
De NZa vond dat door ontbrekende facturen en leningovereenkomsten betalingen niet traceerbaar waren, ook betalingen aan de bestuurder zelf. Er was geen duidelijk onderscheid tussen zorg en andere activiteiten, en niet vastgelegd wie welke financiële taak had (NZa, 21 september 2026). Dat ging over artikel 40a Wmg, dat dezelfde drie eisen stelt als het nieuwe artikel 4.5.1 van de Jeugdwet.
De les voor een jeugdhulp-bv: leg elke lening aan of van de bestuurder of holding schriftelijk vast, met bedrag, rente en aflossing. Een rekening-courant zonder afspraken is precies wat de NZa niet kon volgen.
Wie moet een openbare jaarverantwoording maken, en wat staat erin?
Elke jeugdhulpaanbieder die geen solistisch werkende jeugdhulpverlener is, en elke gecertificeerde instelling. De jaarverantwoording gaat over het vorige kalenderjaar en bestaat uit een financiële verantwoording, aangevuld met informatie die bij ministeriële regeling wordt gevraagd (Jeugdwet, artikel 4.5.2).
De regeling mag onderscheid maken tussen soorten aanbieders, ook voor het onderzoek door een accountant (Jeugdwet, artikel 4.5.2 leden 3 en 4). De uitwerking staat in de Regeling jaarverantwoording Jeugdwet, die ook op 1 januari 2027 in werking treedt (Staatsblad 2025, 283). Kijk in die regeling welke eisen voor uw omvang gelden.
Uitgezonderd zijn gemeenten en aanbieders die alleen vervoer van jeugdigen leveren (Besluit Jeugdwet, artikel 8.2.2). Die uitzondering gaat ook op 1 januari 2027 in (Staatsblad 2025, 358). Bent u ook een zorgaanbieder waarop artikel 40b Wmg van toepassing is, dan volgt u de jaarverantwoording voor de zorg en niet die van de Jeugdwet (Jeugdwet, artikel 4.5.2 lid 5).
Wat regelt u nu al voor het boekjaar 2026?
Alles wat over 2026 traceerbaar moet zijn, moet u in 2026 al vastleggen. Achteraf een factuur of leningovereenkomst maken overtuigt een toezichthouder niet. Begin daarom nu, ook als 2026 bijna voorbij is.
- Schrijf op wie in uw organisatie welke financiële taken en bevoegdheden heeft, bijvoorbeeld wie betalingen mag doen en tot welk bedrag.
- Maak in uw boekhouding aparte kostenplaatsen of projecten voor jeugdhulp en voor ander werk, en leg vast hoe u gedeelde kosten verdeelt.
- Zorg voor een factuur, contract of schriftelijke afspraak bij elke uitgave, ook bij betalingen aan de bestuurder, de holding of familie.
- Stem uw declaraties per gemeente of regio af met uw omzet in de boekhouding, zodat de opbrengst per financier klopt.
- Plan de jaarverantwoording over 2026 in uw agenda, met de deadline vóór 1 juni 2027.
Een gescheiden administratie helpt ook bij uw eigen planning. Weet u per financier wat binnenkomt en wanneer, dan kunt u beter vooruitkijken. Lees daarover meer in hoe betrouwbaar is een liquiditeitsprognose.
Wat levert die administratie u zelf op?
Zicht op wat jeugdhulp u echt kost. Onderzoek naar de Nederlandse langdurige zorg vond dat administratieve kosten een aanzienlijk deel van de uitgaven zijn, maar verstopt zitten in de gewone statistieken. Na de hervorming van 2015 konden de onderzoekers niet vaststellen of die kosten waren gedaald, omdat de gegevens niet goed genoeg waren (Hagenaars e.a., 2021).
Hetzelfde geldt op het niveau van uw eigen bedrijf. Als de kosten van administratie, declareren en verantwoorden niet apart zichtbaar zijn, weet u niet wat een contract met een gemeente u werkelijk oplevert. Met kostenplaatsen per financier ziet u dat wel.
Ook de inkoop speelt mee. In interviews met professionals in de Nederlandse jeugd-ggz noemden zij inefficiënte samenwerking tussen aanbieders, onderwijs en gemeenten en problemen bij de inkoop als oorzaken van een slechte doorstroom en wachttijden (Van der Linden e.a., 2026). Het gaat om wat professionals ervaren, niet om gemeten effecten. Een aanbieder die per gemeente zijn kosten en opbrengsten kent, staat sterker in dat gesprek.
Bronnen
- Jeugdwet, artikelen 4.5.1 en 4.5.2 (in werking 1 januari 2027), versie 1 januari 2026. wetten.overheid.nl
- Besluit van 15 oktober 2025 over de inwerkingtreding van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, met nota van toelichting, Staatsblad 2025, 283. officielebekendmakingen.nl
- Rijksoverheid, Eerste Kamer stemt in met wet voor betere beschikbaarheid jeugdzorg, nieuwsbericht, 7 oktober 2025. rijksoverheid.nl
- Tweede Kamer, Kamerstuk 36 546, nr. 3, memorie van toelichting bij de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. officielebekendmakingen.nl
- NZa, Boete voor thuiszorgorganisatie Balans Thuiszorg B.V. wegens gebrekkige financiële bedrijfsvoering, nieuwsbericht, 21 september 2026. nza.nl
- Besluit verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (wijziging Besluit Jeugdwet), Staatsblad 2025, 357, artikelen 8.2.1 en 8.2.2. officielebekendmakingen.nl
- Besluit van 5 november 2025 over de inwerkingtreding van het Besluit verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, Staatsblad 2025, 358. officielebekendmakingen.nl
- Hagenaars, L. L., Van Hilten, O., Klazinga, N. S. & Jeurissen, P. (2021). Track and trace of administrative costs in the Dutch long-term care system. Journal of Long-Term Care, 2021, 318. doi.org
- Van der Linden, N., Amirjalali, L., Roeleveld, I. & Van der Linden, C. M. (2026). Drivers of waiting times in youth mental health care: a root-cause analysis. Evidence-Based Practice in Child and Adolescent Mental Health, 1-9. doi.org