Overslaan naar inhoud

Financieel inzichtmode

Afprijzen en uitverkoop: hoeveel marge houdt u over, en wanneer mag u van-voor adverteren?

Elke korting gaat volledig van uw brutomarge af. En een van-prijs moet de laagste prijs zijn die u in de 30 dagen voor de korting hebt gevraagd.

7 min leestijd

Een korting gaat volledig van uw brutomarge af, want uw inkoopprijs blijft gelijk. Daardoor kost 30% korting op een jas veel meer dan 30% van wat u aan die jas verdient. In het rekenvoorbeeld in dit stuk blijft er van de brutomarge minder dan de helft over.

Adverteert u met een van-prijs en een voor-prijs, dan gelden sinds 1 januari 2023 vaste regels. De van-prijs is de laagste prijs die u in de 30 dagen voor de korting hebt gevraagd. Voor de uitverkoop, waarin u de korting stap voor stap verhoogt, is er een uitzondering van drie maanden.

In het kort

  • Korting gaat volledig van uw brutomarge af. Bij een artikel met 50% brutomarge kost 30% korting ruim de helft van die marge.
  • Een van-prijs moet de laagste prijs zijn die u in de 30 dagen voor de korting hebt gebruikt, in de winkel en online.
  • Verhoogt u de korting stap voor stap, dan mag u tot drie maanden de van-prijs van voor de eerste korting houden, zolang u de prijs tussendoor niet verhoogt.

In dit artikel

  1. Hoeveel brutomarge kost een korting?
  2. Hoeveel meer moet u verkopen om dezelfde marge te houden?
  3. Welke van-prijs mag u gebruiken bij korting?
  4. Wat geldt als u de korting in de uitverkoop stap voor stap verhoogt?
  5. Wat geldt voor een artikel dat net nieuw binnen is?
  6. Wat riskeert u met een nepkorting?
  7. Hoe plant u afprijzen zo dat er marge overblijft?

Hoeveel brutomarge kost een korting?

Het hele kortingsbedrag, zonder btw. Uw inkoopprijs verandert niet als u afprijst. Wat de klant minder betaalt, gaat dus volledig van uw brutomarge af. Brutomarge is de omzet zonder btw min de inkoopwaarde van wat u verkoopt.

Een rekenvoorbeeld. Een jas kost € 100 inclusief 21% btw, dat is € 82,64 zonder btw. U kocht hem in voor € 40. Uw brutomarge is € 42,64, of 51,6% van de omzet zonder btw.

Bij 20% korting betaalt de klant € 80, zonder btw € 66,12. Er blijft € 26,12 marge over. Bij 30% korting blijft er € 17,85 over, en bij 50% korting nog maar € 1,32. Een korting van 30% kost u in dit voorbeeld dus 58% van uw marge op die jas.

Brutomarge per jas (inkoop € 40)Volle prijs € 100€ 42,6420% korting, € 80€ 26,1230% korting, € 70€ 17,8550% korting, € 50€ 1,32Rekenvoorbeeld. Marge = verkoopprijs zonder btw min inkoopprijs.
Rekenvoorbeeld: jas van € 100 inclusief 21% btw, inkoop € 40. Brutomarge per stuk bij 0%, 20%, 30% en 50% korting. Geen branchecijfers.

Hoeveel meer moet u verkopen om dezelfde marge te houden?

Dat hangt af van de korting en van uw marge. In het voorbeeld moet u bij 20% korting 1,6 jas verkopen voor de marge van één jas tegen volle prijs. Bij 30% korting zijn het 2,4 jassen, en bij 50% korting ruim 32.

Hoe lager uw marge, hoe sneller korting pijn doet. Hebt u op een artikel 40% marge, dan is bij 40% korting de hele marge weg. Reken daarom per artikelgroep met uw eigen inkoopprijzen en uw eigen marge.

Toch kan afprijzen de beste keuze zijn. Een jas die blijft hangen, levert niets op en kost ruimte en geld. Aan het einde van het seizoen gaat het er niet om wat de jas u kostte, maar om wat hij nu nog opbrengt. De vraag is dus niet of u afprijst, maar wanneer en hoeveel.

Jassen nodig voor de marge van één jas20% korting1,6 jassen30% korting2,4 jassen40% korting4,4 jassenBij 50% korting: ruim 32 jassen (buiten de schaal).
Aantal jassen dat u moet verkopen voor dezelfde brutomarge als één jas tegen volle prijs. Zelfde rekenvoorbeeld als hierboven.

Welke van-prijs mag u gebruiken bij korting?

De laagste prijs die u in de 30 dagen voor de korting hebt gebruikt. Bij een aankondiging van een prijsvermindering geeft de verkoper de laagste verkoopprijs aan die de verkoper heeft toegepast in een periode van minstens dertig dagen voor de korting (Besluit prijsaanduiding producten, artikel 5a, Stb. 2022, 485). Dat geldt sinds 1 januari 2023.

De ACM legt het zo uit: vergelijk uw aanbiedingsprijs alleen met de laagste prijs die u in de afgelopen 30 dagen hebt gebruikt. Is uw van-prijs niet die laagste prijs, dan mag u niet doen alsof er een korting geldt. U mag de prijs dan niet doorstrepen of er een kortingspercentage bij zetten (ACM, prijzen vermelden).

Hebt u een artikel kort in de aanbieding gehad, dan telt die actieprijs mee. Stond een jas drie weken voor de uitverkoop een week op € 79,95, dan is € 79,95 uw van-prijs, ook als hij de rest van de tijd € 89,95 kostte.

Gebruikt u woorden als adviesprijs of normale prijs, zet er dan direct bij wat die betekenen (ACM, prijzen vermelden). Een adviesprijs van het merk is dus geen vrijbrief om een hogere van-prijs te tonen dan u zelf vroeg.

Prijs van één jas in de tijd€ 40€ 60€ 80€ 10030 dagen voor de korting€ 89,95€ 79,95€ 59,95€ 39,95van-prijs € 79,95dag 0dag 20dag 45dag 60dag 80Dag 20 tot 27: korte actie voor € 79,95. Dat is de laagste prijs in de 30 dagen voor dag 45.Dag 45, uitverkoop: van € 79,95 voor € 59,95. Van € 89,95 mag niet.Dag 60, tweede stap: van € 79,95 mag blijven, binnen 3 maanden en zonder verhoging.
Rekenvoorbeeld van de 30-dagenregel en de uitzondering voor korting die stap voor stap oploopt. Bron: Besluit prijsaanduiding producten, artikel 5a, en ACM, prijzen vermelden.

Wat geldt als u de korting in de uitverkoop stap voor stap verhoogt?

Dan mag u tot drie kalendermaanden na de eerste korting de van-prijs blijven gebruiken van voor die eerste korting. Dat staat in artikel 5a, derde lid. De ACM zegt het zo: geeft u direct achter elkaar korting op korting binnen 3 maanden, dan noemt u de laagste prijs in de 30 dagen voor uw eerste aanbieding (ACM, prijzen vermelden).

De toelichting op het besluit noemt als voorbeeld eerst 20% korting, dan 30%, dan 50%. De uitzondering is bedoeld om oude voorraad te verkopen, bijvoorbeeld de collectie van vorig seizoen (Nota van toelichting, Stb. 2022, 485). Dat past bij de uitverkoop van een kledingwinkel.

Verhoogt u de prijs tussendoor, dan stopt de uitzondering. Vanaf dat moment geldt weer de gewone regel van 30 dagen. Na drie maanden geldt de gewone regel ook weer. Zet daarom in uw kassasysteem vast op welke dag de eerste korting begon.

Kleding valt niet onder de uitzondering voor producten die snel bederven. Daarvoor mag u de prijs direct voor de korting noemen. Volgens de toelichting vallen producten die niet beperkt houdbaar zijn, zoals kleding en meubels, onder de gewone regel (Nota van toelichting, Stb. 2022, 485).

Wat geldt voor een artikel dat net nieuw binnen is?

Is een artikel minder dan 30 dagen op de markt, dan mag u de laagste prijs noemen over een periode die u zelf vermeldt (Besluit prijsaanduiding producten, artikel 5a, vierde lid). De ACM zegt: noem dan de laagste prijs sinds het product op de markt is (ACM, prijzen vermelden).

Voor een kledingwinkel speelt dit bij een korting kort na de levering, bijvoorbeeld een openingsactie voor een nieuw merk. Zet er dan bij over welke periode de van-prijs gaat.

Wat riskeert u met een nepkorting?

Een boete van de ACM. In 2024 legde de ACM vijf bedrijven samen € 621.000 aan boetes op voor nepkortingen in hun webwinkels, onder meer in kleding (ACM, ACM legt boetes op aan webwinkels voor nepkortingen).

Een van de voorbeelden: een product werd aangeboden van € 699 voor € 629. In de 30 dagen ervoor kostte het € 539. De klant betaalde dus meer dan kort daarvoor, terwijl het leek alsof er korting was.

De regels gelden voor elke verkoper aan consumenten, dus ook voor een kleine winkel. Hebt u ook een webwinkel, houd dan de prijzen in de winkel en online apart bij als die verschillen, zodat u per kanaal de laagste prijs van 30 dagen kunt laten zien.

Hoe plant u afprijzen zo dat er marge overblijft?

Met cijfers in plaats van gevoel. Onderzoekers werkten met een grote modeketen een methode uit die per artikel de verkoop voorspelt en daarop de korting kiest. In een gecontroleerd veldexperiment in alle winkels in België en Ierland in herfst en winter 2008 leverde dat ongeveer 6% meer opbrengst op in de uitverkoop (Caro en Gallien, 2012).

Dat was een keten met veel winkels en een eigen prijsteam. Een zelfstandige winkel kan wel het principe gebruiken: kijk per artikelgroep hoe snel het verkoopt en hoeveel er nog hangt, en prijs eerst af wat het langzaamst gaat.

  • Houd per artikel de inkoopprijs, de oorspronkelijke prijs en elke prijswijziging met datum bij.
  • Reken voor elke kortingsstap uit hoeveel marge er per stuk overblijft.
  • Begin de uitverkoop met een vaste datum en houd de stappen binnen drie maanden.
  • Vergelijk na de uitverkoop de brutomarge van het seizoen met vorig jaar.

Bronnen

  • Besluit van 30 november 2022, houdende wijziging van het Besluit prijsaanduiding producten, artikel 5a, met nota van toelichting, Staatsblad 2022, 485. officielebekendmakingen.nl
  • ACM, Prijzen vermelden, geraadpleegd 28 oktober 2026. acm.nl
  • ACM, ACM legt boetes op aan webwinkels voor nepkortingen, 11 juni 2024. acm.nl
  • Caro, F. en Gallien, J. (2012). Clearance pricing optimization for a fast-fashion retailer. Operations Research, 60(6), 1404-1422. doi.org/10.1287/opre.1120.1102

Dit artikel hoort bij

Financieel inzicht

Cijfers lezen, vooruitkijken en beslissen op feiten.

Wilt u weten wat wij hierin voor uw onderneming doen?

Verder lezen

Alle artikelen

Financieel inzichthoreca

Rustige maanden en de coronaschuld bij de Belastingdienst: zo houdt u uw horecazaak liquide

De omzet van eet- en drinkgelegenheden lag in januari en februari 2025 op 81% van een gemiddelde maand, volgens het CBS. De vaste lasten dalen niet mee, en eind januari moet ook de btw over het drukke vierde kwartaal betaald zijn. Daarbij lopen veel horecazaken nog af op een coronaschuld. De standaard betalingsregeling eindigt op 1 oktober 2027. Wie dat niet haalt, kan bij een schuld van € 10.000 of meer verlenging tot 1 oktober 2029 vragen, met een liquiditeitsprognose voor twee jaar.

9 min leestijd

Financieel inzichthoreca

Inkoop, personeel en huur: welk deel van uw omzet is gezond voor een restaurant of café?

Er bestaat geen wettelijke of officiële norm voor wat een horecazaak aan inkoop, personeel en huur mag uitgeven. Het CBS-gemiddelde voor eet- en drinkgelegenheden in 2024 is wel een goed vergelijkingspunt: 32,4% inkoop, 29,7% personeel en 8,4% huisvesting. Zo rekent u uw eigen cijfers op dezelfde manier uit, en zo leest u ze, ook als de eigenaar zelf meewerkt.

9 min leestijd

Kennismaken?

Vertel ons over uw onderneming. We werken bewust met een beperkt aantal klanten. Daarom kijken we eerst samen of we bij elkaar passen.

Vraag een kennismaking aan