Voor bijna elk loodgieters- en installatiebedrijf geldt de cao Technisch Installatiebedrijf. Die loopt van 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028 en is sinds 11 juni 2026 algemeen verbindend verklaard, dus ook als u geen lid bent van een werkgeversorganisatie. Een monteur kost u in het rekenvoorbeeld hieronder ongeveer 36% meer dan zijn brutoloon. Bij ziekte betaalt u tot twee jaar loon door, en volgens de cao meer dan de wet vraagt.
In het kort
- De cao Technisch Installatiebedrijf geldt voor werk aan sanitair, binnenriolering, gas, water, cv en warm water. Sinds 11 juni 2026 ook voor bedrijven die geen lid zijn van een werkgeversorganisatie.
- Bovenop het brutoloon komen vakantiegeld, werkgeverspremies en pensioen bij PMT. In het rekenvoorbeeld is dat ongeveer 36% extra.
- Bij ziekte betaalt u volgens de cao 6 maanden 100% en daarna 18 maanden 90% van het loon. Huurt u zzp'ers in voor ongeveer € 38 per uur of minder, dan geldt vanaf 31 december 2026 een rechtsvermoeden van werknemerschap.
Over de woorden in dit artikel: een cao is een collectieve arbeidsovereenkomst, de afspraken over loon en werk die vakbonden en werkgeversorganisaties samen maken. De bedragen gelden voor 2026, tenzij er een ander jaar staat.
In dit artikel
- Welke cao geldt voor een loodgieters- of installatiebedrijf?
- Geldt de cao ook als ik geen lid ben van een werkgeversorganisatie?
- Wat staat er in de cao over loon en werktijd?
- Wat kost een monteur bovenop het brutoloon?
- Wat kost het als een monteur ziek wordt?
- Wanneer is een ingehuurde zzp'er eigenlijk een werknemer?
Welke cao geldt voor een loodgieters- of installatiebedrijf?
Voor de meeste loodgieters- en installatiebedrijven geldt de cao Technisch Installatiebedrijf. Die cao loopt van 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028 (FNV, 2026). Of uw bedrijf eronder valt, hangt af van het werk dat u doet.
De werkingssfeer (de omschrijving van het werk waarvoor de cao geldt) noemt onder meer installaties voor gas en water, sanitaire installaties en binnenriolering tot 0,5 meter buiten de gevel. Ook installaties voor centrale verwarming, warm water, ventilatie en koeling horen erbij, net als dakbedekking en regenpijpen van zink, lood, koper of aluminium. Daarnaast valt elektrotechnisch installatiewerk onder dezelfde cao (cao, artikel 77).
Doet uw bedrijf vooral ander werk, zoals bouwen of bitumen daken leggen, dan kan een andere cao gelden. Bij de cao hoort een pensioenregeling bij Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT). Bij aanmelding beoordeelt PMT aan de hand van uw uittreksel van de KVK of uw bedrijf in de sector Metaal en Techniek valt (PMT).
Geldt de cao ook als ik geen lid ben van een werkgeversorganisatie?
Ja, sinds 11 juni 2026. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de cao op 2 juni 2026 algemeen verbindend verklaard (Staatscourant 2026, 16909). Algemeen verbindend verklaren betekent dat de cao geldt voor alle werkgevers in de sector, ook als ze niet bij de afspraken betrokken waren (Rijksoverheid).
De verklaring geldt tot en met 31 januari 2028 en heeft geen terugwerkende kracht (Staatscourant 2026, 16909). Van februari tot 11 juni 2026 was de nieuwe cao dus alleen verplicht voor werkgevers die lid zijn van een van de werkgeversorganisaties die hem afsloten (cao, werkingssfeer). De vorige algemeen verbindend verklaarde cao liep tot en met 31 januari 2026 (FNV, 2025).
De verklaring geldt voor de bepalingen die in het besluit staan. Daar horen onder meer de salaristabellen, de salarisverhogingen, het vakantiegeld, de werkingssfeer en de regeling voor loon bij arbeidsongeschiktheid bij (Staatscourant 2026, 16909). Wie geen lid is, moet zich in elk geval aan die bepalingen houden (cao, werkingssfeer).
Wat staat er in de cao over loon en werktijd?
De cao geeft een minimumloon per salarisgroep. U deelt elke werknemer van 21 jaar of ouder in een van de salarisgroepen A tot en met J in, op basis van zijn functie. Binnen de groep stijgt het loon met de functiejaren, de jaren dat hij die functie bij u doet (cao, artikel 33).
Het loon gaat op 1 maart 2026 met 3% omhoog en op 1 maart 2027 met € 115 per maand. Werknemers die op 1 november 2026 in dienst zijn, krijgen in november 2026 eenmalig € 132 bruto (cao, artikel 41 en 41a). Een voorbeeld: in salarisgroep D met 3 functiejaren is het minimumloon vanaf 1 maart 2026 € 2.996 per maand (cao, artikel 33a).
De normale werktijd is gemiddeld 38 uur per week. Een werknemer met een vijfdaagse werkweek krijgt 200 vakantie-uren per jaar, meestal 25 dagen. Het vakantiegeld is 8% van wat hij heeft verdiend sinds de laatste 1 juli (cao, artikel 18, 50 en 59).
Wat kost een monteur bovenop het brutoloon?
Bovenop het brutoloon betaalt u vakantiegeld, werkgeverspremies voor de werknemersverzekeringen, de werkgeversheffing voor de zorgverzekering en uw deel van de pensioenpremie. In het rekenvoorbeeld hieronder is dat samen ongeveer 36% van het brutoloon. Reiskosten, gereedschap, werkkleding, de bus en opleiding komen daar nog bij.
U betaalt 2,74% WW-premie (de premie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds) voor een schriftelijk contract voor onbepaalde tijd dat geen oproepcontract is. Voor andere contracten is het 7,74% (Belastingdienst). Een kleine werkgever, met een premieloonsom tot € 1.082.500, betaalt 6,27% Aof-premie (voor de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen). Daarbij komen 0,50% opslag Wko voor de kinderopvang en 6,10% werkgeversheffing Zvw (Belastingdienst, 2026).
De premie Whk (Werkhervattingskas, voor ziekte van flexwerkers en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid) verschilt per werkgever. Voor kleine werkgevers geldt de premie van hun sector. In sector 12, Metaal- en technische bedrijfstakken, is die 1,38% in 2026 (Belastingdienst, 2026). Het percentage voor uw bedrijf staat in de beschikking die u van de Belastingdienst krijgt.
Voor pensioen is de premie bij PMT in 2026 27,98% van het salaris tot € 99.321, min een franchise van € 19.172 (het deel van het salaris waarover geen premie wordt berekend). De werkgever betaalt minstens 63,26% van de premie, de werknemer hoogstens 36,74% (PMT, 2026).
| Rekenvoorbeeld 2026, salarisgroep D, 3 functiejaren | Per jaar |
|---|---|
| Brutoloon, 12 × € 2.996 | € 35.952 |
| Vakantiegeld, 8% | € 2.876 |
| WW-premie laag, 2,74% | € 1.064 |
| Aof-premie laag, 6,27% | € 2.435 |
| Opslag Wko, 0,50% | € 194 |
| Whk, sector 12, 1,38% | € 536 |
| Werkgeversheffing Zvw, 6,10% | € 2.369 |
| Pensioen PMT, werkgeversdeel | € 3.479 |
| Totaal, afgerond op hele euro's | € 48.905 |
Dit is een voorbeeld. De premies zijn hier berekend over het brutoloon met vakantiegeld. Ze gelden tot een loon van € 79.409 per jaar (Belastingdienst, 2026). Voor het pensioen is het jaarloon met vakantiegeld als salaris genomen. Wat precies meetelt, staat in de regeling van PMT. De eenmalige uitkering, overuren, toeslagen en reisuren zijn niet meegeteld.
Wat kost het als een monteur ziek wordt?
Volgens de wet betaalt u een zieke werknemer 104 weken lang minstens 70% van zijn loon door. In de eerste 52 weken is dat minstens het wettelijk minimumloon (artikel 7:629 BW). Na twee jaar ziekte hoeft u geen loon meer door te betalen (Ondernemersplein).
De cao Technisch Installatiebedrijf gaat verder dan de wet. De werkgever betaalt maximaal 24 maanden door: de eerste 6 maanden 100% van het salaris en de volgende 18 maanden 90% (cao, artikel 67). Deze regel staat in de algemeen verbindend verklaarde tekst en geldt dus ook voor werkgevers die geen lid zijn (Staatscourant 2026, 16909).
In het voorbeeld van een monteur met € 2.996 per maand betaalt u bij twee jaar ziekte ongeveer € 66.500 aan salaris door, zonder de loonsverhoging van 2027. Daar komen vakantiegeld, premies en pensioen bij, en vaak ook de kosten van een vervanger. Een verzuimverzekering is niet verplicht. Zo'n verzekering betaalt meestal het loon, de werkgeverslasten en de re-integratie, maar vaak met een eigen risico (Ondernemersplein).
Dat werkgevers zo lang loon betalen, is een bewuste keuze. Onderzoek naar de Nederlandse hervormingen laat zien dat de instroom in arbeidsongeschiktheidsuitkeringen sterk daalde toen werkgevers meer kosten en verantwoordelijkheid kregen en de re-integratie strenger werd getoetst. In 2001 begon 1,4% van de verzekerden een uitkering, in 2004 was dat 0,8% (Koning & Lindeboom, 2015).
De onderzoekers zien ook een keerzijde. Het grote ziekterisico voor werkgevers heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat werkgevers terughoudender zijn met het aannemen van mensen met zichtbare gezondheidsproblemen. Hard bewijs daarvoor is nog beperkt, schrijven ze (Koning & Lindeboom, 2015). Voor een bedrijf met een paar monteurs weegt één langdurig zieke werknemer zwaar.
Wanneer is een ingehuurde zzp'er eigenlijk een werknemer?
Een zzp'er (zelfstandige zonder personeel) is eigenlijk een werknemer als hij in de praktijk werkt zoals iemand in loondienst, bijvoorbeeld als hij niet zelf bepaalt wanneer en hoe hij het werk doet. Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst of zzp'ers echt zelfstandig werken (Ondernemersplein).
Stelt de Belastingdienst achteraf vast dat er loondienst was, dan moet u alsnog loonheffingen aangeven en betalen over de periode waarin de zzp'er voor u werkte. U krijgt dan een naheffingsaanslag en betaalt belastingrente (Belastingdienst). Een naheffing gaat in principe niet verder terug dan 1 januari 2025. In 2026 volgt meestal geen boete, behalve bij opzet of grove schuld (Ondernemersplein).
Vanaf 31 december 2026 komt daar een rechtsvermoeden bij (Staatsblad 2026, 207). Een rechtsvermoeden is een regel die ervan uitgaat dat iets zo is, tot het tegendeel bewezen is. Wie werkt voor een beloning tot een grensbedrag per uur, wordt vermoed te werken op basis van een arbeidsovereenkomst (artikel 7:610aa BW).
Het grensbedrag is ongeveer € 38 per uur. In de wettekst staat € 36, maar het bedrag gaat mee met het minimumloon en de minister stelt het voor de eerste keer vast in een aparte regeling (Staatsblad 2026, 158). KVK noemt € 38. Een laag tarief is niet verboden, maar als opdrachtgever moet u dan bewijzen dat de zzp'er echt zelfstandig werkt (KVK, 2026).
Het rechtsvermoeden geldt niet als de opdrachtgever een particulier is die niet handelt voor zijn beroep of bedrijf (artikel 7:610aa lid 3 BW). Bij uw eigen klussen voor particulieren speelt het dus niet. Huurt u als installatiebedrijf zelf zzp'ers in, dan bent u een zakelijke opdrachtgever en geldt het wel.
Bronnen
- FNV (2026). Cao Technisch Installatiebedrijf, looptijd 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028. fnv.nl
- Cao voor het Technisch Installatiebedrijf 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028, versie 30 april 2026. Gepubliceerd door FNV. fnv.nl
- Pensioenfonds Metaal en Techniek. Nieuw bij PMT. Geraadpleegd 16 oktober 2026. pmt.nl
- Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2026). Besluit van 2 juni 2026 tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de cao voor het Technisch Installatiebedrijf. Staatscourant 2026, 16909, 10 juni 2026. officielebekendmakingen.nl
- Rijksoverheid. Wat is een cao? Geraadpleegd 16 oktober 2026. rijksoverheid.nl
- FNV (2025). Cao's Metaal en Techniek algemeen verbindend verklaard. Februari 2025. fnv.nl
- Belastingdienst. Premiedifferentiatie WW: lage en hoge AWf-premie. Geraadpleegd 16 oktober 2026. belastingdienst.nl
- Belastingdienst (2026). Tarieven, bedragen en percentages loonheffingen vanaf 1 januari 2026. Bijlage bij de Nieuwsbrief Loonheffingen 2026. belastingdienst.nl
- Pensioenfonds Metaal en Techniek (2026). Premie berekenen (Feiten & Cijfers). pmt.nl
- Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 629. Geldend op 16 oktober 2026. wetten.overheid.nl
- Ondernemersplein. Loon doorbetalen bij ziekte. Geraadpleegd 16 oktober 2026. ondernemersplein.overheid.nl
- Ondernemersplein. Verzuimverzekering. Geraadpleegd 16 oktober 2026. ondernemersplein.overheid.nl
- Koning, P. & Lindeboom, M. (2015). The rise and fall of disability insurance enrollment in the Netherlands. Journal of Economic Perspectives, 29(2), 151-172. doi.org
- Ondernemersplein. Schijnzelfstandigheid voorkomen met DBA voor zzp'ers. Geraadpleegd 16 oktober 2026. ondernemersplein.overheid.nl
- Belastingdienst. Werken in loondienst: gevolgen voor de opdrachtgever. Geraadpleegd 16 oktober 2026. belastingdienst.nl
- Wet van 18 juni 2026 tot wijziging van Boek 7 BW in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief. Staatsblad 2026, 158. officielebekendmakingen.nl
- Besluit over de inwerkingtreding van de wet rechtsvermoeden op 31 december 2026. Staatsblad 2026, 207. officielebekendmakingen.nl
- KVK (2026). Ben je wel zelfstandig met een uurtarief lager dan 38 euro? Bijgewerkt 7 oktober 2026. kvk.nl