Wat het best werkt bij re-integratie, is het werk tijdelijk aanpassen aan wat de werknemer kan. Denk aan minder uren of minder tillen. In een overzicht van 14 gerandomiseerde studies hadden werknemers met zo'n aanpak in het eerste jaar gemiddeld 33 verzuimdagen minder. Het effect is het sterkst bij klachten aan rug, nek en gewrichten, en kleiner bij psychische klachten.
In het kort
- Aanpassingen op de werkplek verkorten het verzuim. In het eerste jaar scheelde dat gemiddeld 33 dagen.
- Een aanpak die zorg, coördinatie en werkaanpassing combineert, werkt het best. Alleen therapie zonder aandacht voor het werk helpt bij psychische klachten weinig voor de terugkeer.
- De wet schrijft de stappen voor: een oordeel van de bedrijfsarts binnen zes weken, daarna binnen twee weken een plan van aanpak, en tot 104 weken loondoorbetaling.
In dit artikel
- Wat werkt het best om een zieke werknemer terug te laten keren?
- Werkt dat bij elke aandoening even goed?
- Welke onderdelen van een re-integratieaanpak maken het verschil?
- Helpt het als een zieke werknemer gedeeltelijk blijft werken?
- Is snel terugkeren altijd beter?
- Wat moet u als werkgever volgens de wet doen?
Wat werkt het best om een zieke werknemer terug te laten keren?
Het werk tijdelijk aanpassen aan wat de werknemer kan. Een werknemer die minder uren werkt of lichter werk doet, komt eerder terug dan iemand die thuis wacht tot hij helemaal beter is. Dat blijkt uit een Cochrane-review, een streng overzicht van al het goede onderzoek naar een vraag.
Van Vilsteren en collega's bundelden 14 gerandomiseerde studies met 1.897 zieke werknemers. Met gerandomiseerd bedoelen we dat loting bepaalde wie de aanpak kreeg. Een aanpak op de werkplek, zoals minder uren werken of minder tillen, bracht mensen sneller terug dan de gewone zorg. Het bewijs daarvoor is van matige kwaliteit (Van Vilsteren e.a., 2015).
Het sterkste bewijs gaat over het totaal aantal verzuimdagen. In de groepen met gewone zorg verzuimden werknemers in het eerste jaar gemiddeld 165,7 dagen. Met een aanpak op de werkplek waren dat er gemiddeld 33 minder. De onderzoekers beoordeelden dit bewijs als van hoge kwaliteit (Van Vilsteren e.a., 2015).
Opvallend is dat de meeste studies in dit overzicht in Nederland zijn uitgevoerd. De onderzoekers zijn daarom voorzichtig met conclusies voor andere landen (Van Vilsteren e.a., 2015). Voor een Nederlandse werkgever is dat juist een voordeel: het onderzoek past bij de praktijk met bedrijfsartsen en een wettelijke re-integratieplicht.
Werkt dat bij elke aandoening even goed?
Nee. Bij klachten aan spieren, gewrichten en rug werkt een aanpak op de werkplek duidelijk. Bij psychische klachten keren mensen wel eerder terug, maar niet blijvend vaker. Bij kanker is er te weinig onderzoek om iets te zeggen.
Bij klachten aan het bewegingsapparaat, zoals rug-, nek- en gewrichtsklachten, scheelde de aanpak gemiddeld 40,5 verzuimdagen in een jaar. Werknemers kwamen zowel eerder als blijvender terug, en hun pijn en functioneren verbeterden. Bij psychische klachten was het verschil 8,4 dagen, en dat verschil was niet zeker. Bij kanker vond één studie geen effect (Van Vilsteren e.a., 2015).
Bij depressie werkt een combinatie het best. Een Cochrane-review met 45 studies en ruim 12.000 deelnemers vond dat een aanpak gericht op het werk, samen met behandeling, het verzuim in het eerste jaar met ongeveer 25 dagen verkort. Na een jaar of langer zaten er in de groep met deze aanpak echter niet minder mensen thuis (Nieuwenhuijsen e.a., 2020).
Welke onderdelen van een re-integratieaanpak maken het verschil?
De combinatie maakt het verschil. Een aanpak die zorg, goede afstemming tussen alle betrokkenen en aanpassing van het werk samenbrengt, verkort het verzuim het meest. Losse maatregelen hebben wisselend succes.
Cullen en collega's beoordeelden 36 studies van goede kwaliteit. Er was sterk bewijs dat een aanpak met minstens twee van drie onderdelen het verzuim verkort, bij lichamelijke en bij psychische klachten. De drie onderdelen zijn zorg voor de gezondheid, coördinatie van de re-integratie en aanpassing van het werk. Er was ook sterk bewijs dat cognitieve gedragstherapie alleen, zonder aanpassing van het werk of coördinatie, mensen met psychische klachten niet helpt terug te keren (Cullen e.a., 2018).
Een eerder overzicht liet zien welke concrete stappen helpen. Er was sterk bewijs voor het aanbieden van aangepast werk en voor contact tussen de zorgverlener en de werkplek. Er was matig bewijs voor vroeg contact van de werkgever met de zieke werknemer, een bezoek aan de werkplek om die aan te passen, en een vaste persoon die de terugkeer begeleidt (Franche e.a., 2005).
Helpt het als een zieke werknemer gedeeltelijk blijft werken?
Ja, in Fins onderzoek wel. Mensen die in de eerste weken van hun verzuim gedeeltelijk bleven werken, keerden vaker blijvend terug dan mensen die volledig thuis zaten. Ze werkten in de twee jaar daarna ook meer.
Finland maakte het mogelijk om in de eerste 12 weken van verzuim deeltijds ziek te zijn. Onderzoekers vergeleken 1.878 mensen met deeltijds verzuim met 1.878 vergelijkbare mensen met volledig verzuim, bij psychische klachten en klachten aan het bewegingsapparaat. In de deeltijdgroep kwamen 8 procentpunten meer mensen blijvend terug, en lag de tijd aan het werk over twee jaar 10,5% hoger (Viikari-Juntura e.a., 2017).
Dit was geen onderzoek met loting, dus een deel van het verschil kan komen doordat de groepen toch van elkaar verschilden. Voor een Nederlandse werkgever past het bij wat de wet al vraagt. U moet zo vroeg mogelijk maatregelen nemen zodat de zieke werknemer zijn eigen of ander passend werk kan doen (art. 7:658a BW). Gedeeltelijk werken op advies van de bedrijfsarts is daar een vorm van.
Is snel terugkeren altijd beter?
Niet altijd. Een snelle eerste terugkeer is iets anders dan een blijvende terugkeer. Het bewijs dat een aanpak op de werkplek leidt tot blijvend werk, is zwak, en in één studie vielen mensen juist vaker terug.
In het Cochrane-overzicht leidde een aanpak op de werkplek niet duidelijk tot een snellere blijvende terugkeer, met bewijs van zeer lage kwaliteit. Eén studie keek naar terugval. Daarin meldde 51% van de werknemers met de aanpak zich binnen een jaar opnieuw ziek, tegenover 25% met gewone zorg (Van Vilsteren e.a., 2015).
De les voor u als werkgever: tel niet alleen de dag van terugkeer. Bouw het werk stap voor stap op, bespreek regelmatig hoe het gaat en pas het plan aan als de werknemer het niet volhoudt. Een terugval kost u uiteindelijk meer verzuim dan een iets langzamere start.
Wat moet u als werkgever volgens de wet doen?
De Wet verbetering poortwachter schrijft vaste stappen voor. Dreigt het verzuim lang te duren, dan vraagt u binnen zes weken een oordeel van de bedrijfsarts. Binnen twee weken daarna stelt u samen met de werknemer een plan van aanpak op (Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar).
Het plan van aanpak beschrijft wat werkgever en werknemer gaan doen om de werknemer weer aan het werk te krijgen. U evalueert het plan regelmatig en in ieder geval aan het einde van het eerste ziektejaar (Regeling procesgang). Werkgever en werknemer bespreken elke zes weken hoe het gaat (Rijksoverheid).
Een zieke werknemer houdt 104 weken recht op 70% van zijn loon, en de eerste 52 weken ten minste op het minimumloon (art. 7:629 BW). U zoekt eerst naar het eigen werk of ander passend werk in uw bedrijf. Lukt dat niet, dan zoekt u passend werk bij een andere werkgever (art. 7:658a BW). Dat heet in de praktijk het tweede spoor.
Uiterlijk dertien weken voor het einde van de twee jaar stelt u een re-integratieverslag op. Vindt UWV dat u te weinig hebt gedaan, dan verlengt UWV de periode waarin u loon doorbetaalt met ten hoogste 52 weken (Wet WIA, art. 25). Het onderzoek en de wet wijzen dezelfde kant op: vroeg contact, aangepast werk en een plan dat u blijft bijstellen.
Bronnen
- Van Vilsteren, M., van Oostrom, S.H., de Vet, H.C.W., Franche, R.L., Boot, C.R.L. & Anema, J.R. (2015). Workplace interventions to prevent work disability in workers on sick leave. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2015(10), CD006955. doi.org/10.1002/14651858.CD006955.pub3
- Nieuwenhuijsen, K., Verbeek, J.H., Neumeyer-Gromen, A., Verhoeven, A.C., Bültmann, U. & Faber, B. (2020). Interventions to improve return to work in depressed people. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2020(10), CD006237. doi.org/10.1002/14651858.CD006237.pub4
- Cullen, K.L., Irvin, E., Collie, A. e.a. (2018). Effectiveness of Workplace Interventions in Return-to-Work for Musculoskeletal, Pain-Related and Mental Health Conditions: An Update of the Evidence and Messages for Practitioners. Journal of Occupational Rehabilitation, 28(1), 1-15. doi.org/10.1007/s10926-016-9690-x
- Franche, R.L., Cullen, K., Clarke, J., Irvin, E., Sinclair, S. & Frank, J. (2005). Workplace-based return-to-work interventions: a systematic review of the quantitative literature. Journal of Occupational Rehabilitation, 15(4), 607-631. doi.org/10.1007/s10926-005-8038-8
- Viikari-Juntura, E., Virta, L.J., Kausto, J. e.a. (2017). Legislative change enabling use of early part-time sick leave enhanced return to work and work participation in Finland. Scandinavian Journal of Work, Environment & Health, 43(5), 447-456. doi.org/10.5271/sjweh.3664
- Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 629, geldend in 2026. wetten.overheid.nl
- Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 658a, geldend in 2026. wetten.overheid.nl
- Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar, artikelen 2 en 4, versie 1 juli 2025. wetten.overheid.nl
- Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 25, geldend in 2026. wetten.overheid.nl
- Rijksoverheid, Regels en verplichtingen bij ziekte, geraadpleegd 14 oktober 2026. rijksoverheid.nl