U rekent uw uurtarief uit door de winst die u nodig hebt op te tellen bij uw bedrijfskosten, en dat te delen door de uren die klanten echt betalen. In het rekenvoorbeeld in dit stuk komt een startende elektricien zo uit op een ondergrens van € 64,32 per uur exclusief btw. Een tarief van € 70 exclusief btw geeft dan wat ruimte. Alle bedragen zijn een voorbeeld: vul uw eigen cijfers in.
In het kort
- Reken met declarabele uren, niet met werkuren. In het voorbeeld zijn dat 1.150 uur per jaar: 25 uur per week, 46 weken.
- Winst, kosten en rente samen, min de marge op materiaal, gedeeld door 1.150 uur geeft in het voorbeeld € 64,32 per uur exclusief btw.
- Platformtarieven van € 35 tot € 45 inclusief btw zijn € 28,93 tot € 37,19 exclusief btw. Daar dekt een startende elektricien zijn kosten en inkomen niet mee.
Over de bedragen: het rekenvoorbeeld gaat uit van een alleenstaande startende elektricien in 2026 met een eenmanszaak. Kosten, uren en inkoopprijzen zijn aannames, geen marktcijfers.
In dit artikel
- Hoe rekent u uw uurtarief uit?
- Hoeveel uren kunt u als elektricien echt declareren?
- Wat is de ondergrens voor een startende elektricien?
- Waarom zijn platformtarieven van € 35 tot € 45 te laag?
- Hoe rekent u voorrijkosten en een minimum per bezoek?
- Hoeveel opslag zet u op materiaal?
- Waarom werken vaste prijzen per klus beter dan een uurtarief?
Hoe rekent u uw uurtarief uit?
U begint bij de winst die u nodig hebt, telt daar uw bedrijfskosten en rente bij op, haalt de marge op materiaal eraf en deelt de uitkomst door uw declarabele uren. Declarabele uren zijn de uren die u op een factuur kunt zetten. Zo komt u uit op het bedrag per uur dat minimaal binnen moet komen, exclusief btw.
De benodigde winst is meer dan uw netto inkomen. Er moet ook inkomstenbelasting en de bijdrage voor de zorgverzekering af, en u lost uw lening af, legt geld opzij voor pensioen en betaalt een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). In het voorbeeld wil een alleenstaande starter € 3.000 per maand netto overhouden. Hij heeft een lening van € 25.000 over 5 jaar tegen 9,95% rente, legt € 400 per maand in voor pensioen en betaalt € 300 per maand voor zijn AOV. Met de belastingregels van 2026 heeft hij dan € 55.617 winst per jaar nodig.
De som op één regel
Uurtarief = (benodigde winst + bedrijfskosten + rente min marge op materiaal) gedeeld door declarabele uren.
Kleine ondernemers kiezen hun prijs vaak anders. Onderzoek onder Britse kleine bedrijven laat zien dat de meeste eigenaren een eenvoudige opslag op hun kosten gebruiken, en dat ook andere dingen meewegen, zoals wat zij eerlijk vinden en wat de concurrent vraagt (Curran e.a., 1997). Dat is begrijpelijk, maar wie zijn eigen inkomen niet in de kosten opneemt, rekent een prijs die op papier klopt en in de praktijk tekortschiet.
Hoeveel uren kunt u als elektricien echt declareren?
Reken in uw eerste jaar met ongeveer 1.150 declarabele uren: 25 uur per week, 46 weken per jaar. De rest van uw werkweek gaat op aan rijden, offertes maken, materiaal halen, meten en rapporteren, en administratie. Die uren betaalt niemand direct, dus ze moeten in uw tarief zitten.
Een elektricien werkt vooral binnen en verliest dus weinig dagen door het weer. Toch is 40 betaalde uren per week voor een starter niet haalbaar. Meten, testen en het opleverrapport kosten tijd bij elke klus. Zet die tijd in uw prijs, of u werkt hem gratis.
Het aantal uren heeft veel invloed op uw tarief. Met dezelfde winst en kosten is de ondergrens in het voorbeeld € 73,97 bij 1.000 uur, € 64,32 bij 1.150 uur en € 56,90 bij 1.300 uur. Groeit u in het tweede jaar naar ongeveer 1.400 uur, dan zakt de ondergrens verder.
Wat is de ondergrens voor een startende elektricien?
In het rekenvoorbeeld ligt de ondergrens op € 64,32 per uur exclusief btw. Daarbij telt de starter € 55.617 winst, € 19.800 bedrijfskosten en € 2.306 rente bij elkaar op. Daar gaat € 3.750 af die hij verdient aan de opslag op materiaal. Wat overblijft, € 73.973, moet uit arbeid en voorrijden komen.
De bedrijfskosten van € 19.800 zijn een voorbeeld. Daarin zitten onder meer de bus (€ 9.000), gereedschap (€ 1.500), meetapparatuur en kalibratie (€ 500), de aansprakelijkheidsverzekering (€ 900), boekhouder (€ 1.500), website en klanten werven (€ 2.000) en opleidingen zoals NEN 3140 en NEN 1010 (€ 1.000). Vraag voor uw eigen situatie offertes op en vervang de bedragen.
Een ondergrens is geen tarief. Zet u precies € 64,32 op uw tarievenkaart, dan haalt u uw doel alleen als alles meezit. In het voorbeeld kiest de elektricien daarom € 70 per uur exclusief btw, dat is € 84,70 inclusief 21% btw. Bij 1.150 uur levert dat € 80.500 aan arbeid op, ruim € 6.500 meer dan nodig. Die ruimte vangt een stille maand of een dure reparatie aan de bus op.
Waarom zijn platformtarieven van € 35 tot € 45 te laag?
Omdat die bedragen inclusief btw zijn. Trustoo noemt voor een zzp'er of eenmanszaak € 35 tot € 45 per uur inclusief btw (Trustoo, 2026). Haalt u de 21% btw eraf, dan blijft € 28,93 tot € 37,19 over. Dat is ongeveer de helft van de ondergrens uit het rekenvoorbeeld.
Prijzen op vergelijkingssites lopen ook uiteen en zijn niet altijd duidelijk. Homedeal noemt voor een zzp-elektricien € 40 tot € 65 per uur, maar schrijft op dezelfde pagina zowel exclusief als inclusief btw (Homedeal, 2026). Een officieel cijfer voor het gemiddelde uurtarief van een elektricien is er niet. Gebruik platformprijzen dus alleen om te weten welk bedrag een klant in zijn hoofd heeft, niet om uw eigen tarief te bepalen.
Werkt u als onderaannemer voor een installatiebedrijf, dan speelt nog iets. Vanaf 31 december 2026 kan iemand die voor minder dan ongeveer € 38 per uur werkt, stellen dat hij eigenlijk werknemer is. Dat heet het rechtsvermoeden van werknemerschap (KVK, 2026). Het bedrag van € 38 is de stand op 1 januari 2026, het bedrag per 31 december 2026 volgt nog. Bij particuliere klanten geldt deze regel niet. Een uurtarief dicht bij die grens is voor u en uw opdrachtgever dus ook juridisch onhandig.
Hoe rekent u voorrijkosten en een minimum per bezoek?
Reken een vast bedrag voor voorrijden, of een minimum per bezoek waarin het voorrijden al zit. In het voorbeeld is dat € 35 exclusief btw, € 42,35 inclusief btw. Zo betaalt de klant ook de rijtijd bij een storing die u in tien minuten verhelpt.
Aan particulieren noemt u elke prijs inclusief btw en bijkomende kosten. De ACM (Autoriteit Consument & Markt, de toezichthouder) noemt voorrijkosten uitdrukkelijk als bijkomende kosten. Haar voorbeeld is een onderhoudsbeurt van 180 euro, inclusief 50 euro voorrijkosten (ACM). Kan de prijs pas na afloop vaststaan, geef dan aan hoe u rekent, zoals een bedrag voor het eerste half uur en daarna een bedrag per uur.
In de markt lopen voorrijkosten uiteen van € 20 tot € 70 (Homedeal, 2026). Een vast minimum voor het eerste half uur, met het voorrijden erin, is voor de klant het duidelijkst. In het voorbeeld is dat € 70 exclusief btw, € 84,70 inclusief btw, voor voorrijden en het eerste half uur.
Hoeveel opslag zet u op materiaal?
Er is geen wettelijke regel voor de opslag op materiaal. In het rekenvoorbeeld is dat 15% op de inkoopprijs. Die opslag betaalt het bestellen, ophalen, opslaan en het risico op een kapot of verkeerd onderdeel.
Bij een elektricien is materiaal een groot deel van de rekening. Volgens Homedeal is materiaal bij het vervangen van een meterkast gemiddeld 75 tot 80% van de totale rekening (Homedeal, 2026). Daarom telt de opslag zwaar mee. In het voorbeeld levert € 25.000 inkoop met 15% opslag € 3.750 per jaar op. Dat verlaagt de ondergrens per uur met ruim € 3.
Wilt u een lager uurtarief en een hogere opslag, bedenk dan dat dit alleen werkt bij klussen met veel materiaal. Bij storingen en kleine klussen levert u weinig materiaal en verdient u dan te weinig. Spreek ook af wat er gebeurt als de klant zelf materiaal koopt. Een gangbare afspraak is: op dat materiaal geeft u geen garantie, op uw werk wel.
Waarom werken vaste prijzen per klus beter dan een uurtarief?
Een klant vergelijkt totaalprijzen, geen uurtarieven. Met een vaste prijs per klus weet hij vooraf wat hij betaalt, en u bent minder afhankelijk van discussie over uren. Uw uurtarief blijft wel de basis: u rekent de vaste prijs ermee uit.
Onderzoek laat zien dat veel klanten een vast bedrag verkiezen boven betalen per gebruik, ook als dat hen meer kost. De onderzoekers noemen dat de flat-rate bias, op basis van vier analyses van drie datasets over tarieven met een keuze tussen een vast bedrag en betalen per gebruik. Klanten kiezen het vaste bedrag onder meer voor de zekerheid en omdat een lopende meter hun plezier bederft (Lambrecht & Skiera, 2006). Klanten die zo kozen, zegden ook niet vaker op. Dat onderzoek ging niet over klussen in huis, maar het mechanisme is herkenbaar: een vaste prijs voelt veiliger dan een klok die loopt.
Een vaste prijs rekent u uit met uren maal tarief, materiaal met opslag en voorrijden. Met € 70 per uur, 15% opslag en € 35 voorrijden komt het voorbeeld voor een groepenkast vervangen (1-fase, tot 8 groepen, 5 uur, € 300 materiaal) uit op € 730 exclusief btw. Dat is € 883,30 inclusief btw.
| Klus (voorbeeld) | Exclusief btw | Inclusief 21% btw | Ter vergelijking, inclusief btw |
|---|---|---|---|
| Groepenkast vervangen, 1-fase, tot 8 groepen | € 730 | € 883,30 | € 475 tot € 750 bij 6 tot 8 groepen (Homedeal) |
| Extra groep met kabel | € 244 | € 295,24 | Geen gecontroleerde bron |
| Laadpaal 11 kW met eigen groep | € 1.420 | € 1.718,20 | € 1.300 tot € 2.200 (Milieu Centraal) |
| Kapotte omvormer vervangen, 8 panelen | € 842,50 | € 1.019,43 | Ongeveer € 900 (Milieu Centraal) |
De vergelijkingsbedragen helpen u uw prijs uit te leggen. Milieu Centraal noemt voor een laadpaal thuis € 1.300 tot € 2.200 inclusief installatie en het aanpassen van de meterkast (Milieu Centraal, 2026). Voor een nieuwe omvormer bij 8 panelen noemt zij ongeveer € 900 (Milieu Centraal, 2026). Ligt u bij de groepenkast boven het platformbeeld, dan komt dat vaak door meten, testen en het opleverrapport. Zet dat als aparte regel in de offerte, zodat de klant ziet waarvoor hij betaalt.
Let op de btw. Elektrawerk aan een woning valt onder 21% btw, ook een laadpaal en een thuisbatterij. Alleen nieuwe zonnepanelen op of bij een woning, met de omvormer en wat direct nodig is voor de installatie, vallen onder 0%. Een nieuwe omvormer omdat de oude kapot is, en het vervangen van de hele groepenkast, vallen onder 21%, ook als dat samen met zonnepanelen gebeurt (Belastingdienst). Zet bij elke vaste prijs ook wat er niet in zit, zoals extra meters kabel, graafwerk of een zwaardere aansluiting bij de netbeheerder.
Bronnen
- Curran, J., Jarvis, R., Kitching, J. & Lightfoot, G. (1997). The pricing decision in small firms: complexities and the deprioritising of economic determinants. International Small Business Journal, 15(2), 17-32. doi.org
- Lambrecht, A. & Skiera, B. (2006). Paying too much and being happy about it: existence, causes, and consequences of tariff-choice biases. Journal of Marketing Research, 43(2), 212-223. doi.org
- ACM, Prijzen vermelden, geraadpleegd 24 oktober 2026. acm.nl
- Belastingdienst, Btw-tarief zonnepanelen, geraadpleegd 24 oktober 2026. belastingdienst.nl
- KVK, Ben je wel zelfstandig met een uurtarief lager dan 38 euro?, geraadpleegd 24 oktober 2026. kvk.nl
- Milieu Centraal, Opladen elektrische auto, laatst gewijzigd 29 juni 2026. milieucentraal.nl
- Milieu Centraal, Zonnepanelen onderhouden, vervangen of wegdoen, laatst gewijzigd 30 juni 2026. milieucentraal.nl
- Trustoo, Uurtarief elektricien, aangepast 5 oktober 2026. trustoo.nl
- Homedeal, Kosten elektricien, 12 juni 2026. homedeal.nl
- Homedeal, Meterkast vervangen kosten, 16 juni 2026. homedeal.nl