Schilderwerk aan een woning die langer dan twee jaar in gebruik is, valt onder het verlaagde btw-tarief van 9%. Dat geldt niet alleen voor uw arbeid, maar ook voor de materialen die u bij het schilderen gebruikt. De verf, de grondverf en de plamuur gaan dus mee tegen 9%. Hetzelfde geldt voor stukadoren en behangen.
Er blijft wel werk over dat 21% is. Denk aan nieuw hout inzetten, glas zetten, kozijnen vervangen en het behang zelf. Werk aan een bedrijfspand of aan een woning jonger dan twee jaar is altijd 21%.
In het kort
- Schilderen, stucen en behangen van een woning ouder dan twee jaar is 9%, met de verf, plamuur en lijm die u daarbij gebruikt.
- De twee jaar tellen vanaf de eerste bewoning, op het moment dat u het werk doet. De klant mag een verklaring tekenen.
- Nieuw hout, glas, kozijnen, het behang zelf en werk aan bedrijfspanden zijn 21%. Op de factuur zet u beide tarieven apart.
In dit artikel
- Valt de verf onder 9% of 21% btw?
- Wat telt als woning voor het 9%-tarief?
- Hoe werkt de regel van twee jaar?
- Welk voorbereidend werk valt ook onder 9%?
- Welk werk blijft 21% btw?
- Hoe zet u 9% en 21% op één factuur?
- Geldt 9% ook als een bedrijf of corporatie de opdracht geeft?
- Merkt uw klant het verschil tussen 9% en 21%?
Valt de verf onder 9% of 21% btw?
Onder 9%, als u er een woning ouder dan twee jaar mee schildert. Het besluit waarin de staatssecretaris van Financiën uitlegt hoe tabel I werkt, zegt het in één zin: de bij het schilderen en stukadoren gebruikte materialen vallen onder het verlaagde tarief (Besluit toelichting tabel I, Stcrt. 2025, 39463, onderdeel 6).
De Belastingdienst zegt hetzelfde. Onder het 9%-tarief voor schilderen vallen ook de gebruikte materialen, het voorbereiden van het werk, voorbehandelingen en het lakken, vernissen en beitsen (Belastingdienst, btw-tarief schilderen). Zet verf daarom nooit als aparte regel tegen 21% op de factuur.
De wet zelf noemt het schilderen en stukadoren van woningen na meer dan twee jaar na de eerste ingebruikneming (Wet OB 1968, tabel I, post b 8). Bij isoleren is dat anders. Daar valt alleen de arbeid onder 9% en is het isolatiemateriaal 21% (Belastingdienst, btw-tarief isoleren van woningen). Die regel voor isoleren geldt dus niet voor verf.
Wat telt als woning voor het 9%-tarief?
Een gebouw of deel ervan dat bestemd is voor permanente bewoning door particulieren. Het maakt niet uit of de bewoner eigenaar is of huurt, en een woning die tijdelijk leegstaat blijft een woning (Besluit toelichting tabel I, post b 8, onderdeel 2.1).
Garages, schuren, serres en aanbouwen horen bij de woning als ze op hetzelfde perceel staan. Ook de tuin hoort erbij. Een tuinhek schilderen op het perceel van de woning valt daardoor onder 9%. Hetzelfde geldt voor een parkeergarage onder een flat waarin particulieren wonen (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 2.1).
Geen woning zijn onder meer bedrijfspanden, losse garageboxen, vakantiewoningen waar u niet permanent mag wonen, hotels en ziekenhuizen. Een woonboot of woonwagen die vast ligt of staat, op de nutsvoorzieningen is aangesloten en bedoeld is voor permanente bewoning, telt wel als woning (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 2.1).
Bij een pand met een woning en een bedrijf, zoals een winkel met een bovenwoning, geldt 9% alleen voor het woongedeelte. Dat geldt sinds 1 juli 2025 voor alle gemengde panden (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 2.2). De kozijnen van de winkel schildert u dus tegen 21%, die van de bovenwoning tegen 9%.
Het trappenhuis, de hal, de lift en de galerij van een appartementengebouw volgen de woningen en gaan dus tegen 9%. Zit er ook een bedrijf in het gebouw, dan verdeelt u die ruimten naar het deel dat voor bewoning is en het deel voor andere doelen (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 2.3). Hoe u die verdeling maakt, schrijft het besluit niet voor. Vraag dat bij twijfel na bij de Belastingdienst.
Hoe werkt de regel van twee jaar?
De woning moet ouder zijn dan twee jaar, gerekend vanaf het moment dat hij voor het eerst echt als woning in gebruik is genomen. U kijkt naar de dag waarop u het werk doet (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 3). Schildert u een nieuwbouwwoning na anderhalf jaar, dan is dat 21%. Doet u hetzelfde werk een jaar later, dan is het 9%.
Is een pand eerst iets anders geweest, dan telt het moment waarop het voor het eerst als woning werd gebruikt. Het besluit noemt als voorbeeld een oud pakhuis dat tot appartementen is omgebouwd. Wordt een pand in stappen tot woning gemaakt, dan moet minstens de helft bestaan uit delen die ouder zijn dan twee jaar (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 3).
De Belastingdienst controleert de leeftijd onder meer met de BAG, de Basisregistratie Adressen en Gebouwen, en met de Basisregistratie Personen. U mag uw opdrachtgever een verklaring laten tekenen dat de woning ouder is dan twee jaar (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 3). Dat mag, het hoeft niet. Zet er het adres en de datum op en bewaar een kopie bij de klus. Twijfelt u, zoek het adres dan zelf op in de BAG via het Kadaster (Belastingdienst, woningen ouder dan 2 jaar).
Welk voorbereidend werk valt ook onder 9%?
Al het voorwerk dat direct bij het schilderwerk hoort. Het besluit noemt schoonmaken, ontvetten, afbranden, afbijten en schuren, het afschaven van ramen en deuren vanwege de verflaag, en het afplakken en afdekken van de ruimte (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 4.2).
Houtrot herstellen met epoxy of plamuur valt er ook onder. Het besluit noemt dat preventief onderhoud: de ondergrond herstellen met materiaal van een andere aard dan het oorspronkelijke, zoals houtrotpasta op basis van epoxy (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 4.2). Freest u rot weg en vult u met epoxy, en schildert u daarna in dezelfde klus, dan is dat dus 9%.
Kitwerk dat bij het verfsysteem hoort, valt ook onder 9%. Het gaat om open naden in de ondergrond dichtkitten en de kitvoeg tussen het glas en het kozijn vervangen of herstellen. Stralen telt mee als u alleen oude verf verwijdert en daarna in dezelfde opdracht schildert (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 4.2).
Spuit u keukens of binnendeuren van een woning in uw eigen werkplaats, dan blijft dat 9%, als de woning ouder is dan twee jaar (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 4.3). Ook een giet- of coatingvloer met een verfproduct en flakes binnen een verfsysteem op trappen en vloeren vallen onder 9% (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 4.1).
Bij stucwerk valt ook sierpleister en spuitpleister onder 9% (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 5.3). Bij behangen gaan het behangen zelf, het voorwerk en de lijm tegen 9%. De levering van het behang is 21% (Belastingdienst, btw-tarief behangen).
Welk werk blijft 21% btw?
Werk dat te ver afstaat van het eigenlijke schilderwerk. Het besluit noemt herstel met nieuwe, vervangende delen, zoals houten inzetstukken in kozijnen en het vervangen van onderdorpels. Ook ramen, deuren en kozijnen vervangen, kitwerk als constructieve handeling, grote betonreparatie en glas zetten met glaslatten en kit zijn 21% (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 4.4).
Op dezelfde lijst staan gevels schoonstralen, stenen, metalen en betonnen ondergronden impregneren of injecteren en alleen voegen herstellen. De Belastingdienst noemt daarnaast kelders vochtvrij maken en wrapfolie op bijvoorbeeld keukendeuren (Belastingdienst, btw-tarief schilderen). Gipswanden plaatsen, tegelen en vloeren leggen zijn ook 21% (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 5.4).
Het verschil tussen 9% en 21% bij houtrot zit dus in het materiaal. Vult u met epoxy of plamuur, dan is het 9%. Zet u een nieuw stuk hout in, dan is dat deel 21% (Belastingdienst, btw-tarief schilderen). Splits die twee op de offerte en de factuur.
Plaatst u isolatieglas om de woning zuiniger te maken, dan gaat de arbeid tegen 9% en het glas zelf tegen 21%. Een kozijn vervangen valt daar niet onder (Belastingdienst, btw-tarief isoleren van woningen). Verkoopt u alleen verf, zonder dat u ermee schildert, dan staat dat niet in de tabel met 9% en is het 21%.
Hoe zet u 9% en 21% op één factuur?
Met een aparte regel per tarief. Maakt het schilderwerk deel uit van een groter werk, dan splitst u in de offerte en de factuur het werk tegen 21% en het werk tegen 9% (Belastingdienst, werkzaamheden aan woningen). Op de factuur staat per regel het tarief dat geldt (Belastingdienst, factuureisen).
Heeft u één prijs afgesproken voor werk met twee tarieven, dan verdeelt u die prijs op basis van de gangbare prijzen van de onderdelen. Geeft een verdeling naar de kosten een beter beeld, dan mag dat ook, als u het in uw administratie kunt laten zien (Belastingdienst, combinatie van goederen en diensten).
Heeft u per ongeluk 21% gerekend op verf bij werk aan een oude woning, dan heeft uw klant te veel betaald. Stuur dan een nieuwe factuur die de oude wijzigt. Rekende u te weinig, dan betaalt u het verschil zelf. Een fout van meer dan € 1.000 btw meldt u zo snel mogelijk en in elk geval binnen 8 weken met het correctieformulier (Belastingdienst, btw-aangifte corrigeren).
Geldt 9% ook als een bedrijf of corporatie de opdracht geeft?
Ja. Voor het verlaagde tarief hoeft de opdrachtgever geen particulier te zijn. Geeft een woningcorporatie opdracht om particuliere woningen te schilderen, dan geldt ook 9% (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 8). Het gaat om het soort gebouw, niet om wie de factuur betaalt.
U hoeft ook geen schildersbedrijf te zijn. Aannemers en klusbedrijven die schilder-, stukadoors- of behangwerk doen, mogen het verlaagde tarief ook toepassen (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 8). Werkt u in onderaanneming, dan blijft het tarief 9% in de relatie met de hoofdaannemer (Besluit toelichting tabel I, onderdeel 9). Hoe u dan factureert, hangt af van de verleggingsregeling.
Merkt uw klant het verschil tussen 9% en 21%?
Ja, want een particulier kan de btw niet terugvragen. Over € 1.000 schilderwerk is het verschil € 120. Wie onterecht 21% op de verf zet, is dus duurder dan nodig, en wie onterecht 9% rekent op nieuw hout, betaalt het verschil zelf.
Onderzoek laat zien dat een lager btw-tarief op arbeidsintensieve diensten in de prijs terechtkomt. Nederlandse onderzoekers keken naar kappers, toen het tarief in januari 2000 daalde van 17,5% naar 6%. Ze vonden dat de verlaging bijna volledig werd doorgegeven in lagere prijzen, zonder meetbaar effect op de omzet in volume of op de werkgelegenheid (Jongen, Lejour & Massenz, 2018).
Dat onderzoek ging over kappers, niet over schilders. Het laat wel zien dat klanten een btw-verschil in de prijs terugzien. Zet in uw offerte voor een particulier daarom duidelijk welk deel 9% is en welk deel 21%, zodat de klant de totaalprijs kan volgen.
Bronnen
- Wet op de omzetbelasting 1968, tabel I, post b 8, geldend vanaf 1 januari 2026. wetten.overheid.nl
- Staatssecretaris van Financiën, Besluit omzetbelasting toelichting tabel I, 22 december 2025, nr. 2025-30110, Staatscourant 2025, 39463, post b 8. officielebekendmakingen.nl
- Belastingdienst, Btw-tarief schilderen, geraadpleegd 24 oktober 2026. belastingdienst.nl
- Belastingdienst, Woningen ouder dan 2 jaar, geraadpleegd 24 oktober 2026. belastingdienst.nl
- Belastingdienst, Btw-tarief werkzaamheden aan woningen, geraadpleegd 24 oktober 2026. belastingdienst.nl
- Belastingdienst, Btw-tarief behangen, geraadpleegd 24 oktober 2026. belastingdienst.nl
- Belastingdienst, Btw-tarief isoleren van woningen, geraadpleegd 24 oktober 2026. belastingdienst.nl
- Belastingdienst, Combinatie van goederen en/of diensten, geraadpleegd 24 oktober 2026. belastingdienst.nl
- Belastingdienst, Factuureisen, geraadpleegd 24 oktober 2026. belastingdienst.nl
- Belastingdienst, Btw-aangifte corrigeren, geraadpleegd 24 oktober 2026. belastingdienst.nl
- Jongen, E., Lejour, A. & Massenz, G. (2018). Cheaper and More Haircuts After VAT Cut? Evidence from the Netherlands. De Economist, 166(2), 135-154. doi.org