Ja. Een garage mag een auto vasthouden tot de rekening voor de reparatie aan die auto betaald is. Dat heet retentierecht: het recht om de afgifte van een zaak op te schorten tot de vordering is voldaan. Het werkt alleen zolang de auto bij u staat. Geeft u de auto mee, dan is het recht weg.
De kern is eenvoudig, de randen niet. Of u een auto mag houden voor een oude rekening, voor stallingskosten of tegen een leasemaatschappij, hangt af van de omstandigheden. Daar is de wet minder duidelijk over. Formuleer in die gevallen voorzichtig en laat het bij twijfel toetsen door een jurist.
In het kort
- U mag een auto vasthouden tot de rekening voor de reparatie aan die auto betaald is. Dat volgt uit het Burgerlijk Wetboek, artikelen 3:290, 6:52 en 6:57.
- Het recht eindigt zodra de auto weer bij de klant of de eigenaar is. Geef de sleutel dus pas mee na de betaling.
- Voor een oude rekening, zelf vastgestelde stallingskosten en een leaseauto waarvoor de berijder de opdracht niet mocht geven, is het niet zeker. Laat dat bij twijfel toetsen.
In dit artikel
- Mag een garage een auto vasthouden tot de rekening betaald is?
- Wat mag u met een auto die u vasthoudt?
- Mag u een auto houden voor een oude rekening?
- Werkt het retentierecht ook bij een leaseauto?
- Mag u stallingskosten rekenen als de auto blijft staan?
- Wat als de auto al weg is?
- Hoe voorkomt een garage dat het zover komt?
Mag een garage een auto vasthouden tot de rekening betaald is?
Ja, voor de rekening van het werk aan die auto. U hebt de klant de auto terug te geven, en de klant moet u betalen. Zolang hij niet betaalt, mag u die teruggave uitstellen. De wet noemt dat retentierecht (BW, artikel 3:290).
De basis voor de garage is het opschortingsrecht. Wie een opeisbare vordering heeft, mag zijn eigen verplichting uitstellen als er genoeg samenhang is tussen die twee. Dat is zo als ze uit dezelfde rechtsverhouding komen (BW, artikel 6:52). De reparatie en de teruggave van de auto komen uit dezelfde opdracht. Omdat dit opschorten past bij de omschrijving van het retentierecht, gelden daarvoor de regels van het retentierecht (BW, artikel 6:57).
Het helpt als de klant dit vooraf weet. Zeg het daarom bij de opdracht: "Wij geven de auto mee na betaling." Zet die zin op de werkorder en in uw voorwaarden. Dan weet de klant waar hij aan toe is.
Wat mag u met een auto die u vasthoudt?
U mag de auto binnen houden tot er betaald is. U wordt er geen eigenaar van. U mag hem dus niet gebruiken en niet zelf verkopen om de rekening te betalen.
Wel staat u sterk als het op verhaal aankomt. U kunt uw vordering op de auto verhalen met voorrang boven iedereen tegen wie het retentierecht werkt (BW, artikel 3:292). Hoe dat in uw geval moet, is werk voor een advocaat of deurwaarder.
Het retentierecht geldt ook voor de kosten die u moest maken voor de zorg die de wet van u vraagt (BW, artikel 3:293). U moet dus goed op de auto passen zolang hij bij u staat. Zet hem binnen of op een afgesloten terrein en houd de sleutel onder u.
Mag u een auto houden voor een oude rekening?
Dat is niet zeker. Het retentierecht werkt zeker voor de reparatie aan de auto die nu bij u staat. Voor een rekening van een eerdere reparatie die nog openstaat, ligt het minder vast. Ga daar niet zomaar van uit.
De wet zegt dat er voldoende samenhang moet zijn. Die samenhang kan onder meer bestaan bij verbintenissen uit zaken die partijen regelmatig met elkaar doen (BW, artikel 6:52 lid 2). Het woord "kan" is belangrijk. Of een vaste klant met een oude rekening daaronder valt, hangt af van de omstandigheden.
De algemene voorwaarden van BOVAG zeggen dat de reparateur de auto pas teruggeeft als de rekening "voor deze of eerdere werkzaamheden" is betaald (Algemene Voorwaarden BOVAG Autobedrijven, artikel 12). Die voorwaarden gelden alleen tussen leden van BOVAG en hun klanten. Bent u geen lid, neem de tekst dan niet over zonder hem te laten toetsen.
Het veiligste is een oude rekening niet te laten ontstaan. Geef de auto mee na betaling, ook bij vaste klanten. Een vaste klant met een factuur op 14 dagen is een keuze die u bewust maakt.
Werkt het retentierecht ook bij een leaseauto?
Soms. Bij een leaseauto is de leasemaatschappij eigenaar, niet de berijder die bij u de opdracht gaf. U kunt het retentierecht ook tegen de eigenaar inroepen, maar alleen onder voorwaarden. Wees hier voorzichtig.
De wet zegt dat u het retentierecht kunt inroepen tegen iemand met een ouder recht op de zaak, als uw vordering voortkomt uit een overeenkomst die de schuldenaar bevoegd was aan te gaan. Of als u geen reden had om aan die bevoegdheid te twijfelen (BW, artikel 3:291 lid 2). De vraag is dus of de berijder volgens zijn leasecontract deze reparatie mocht laten doen.
Dat kunt u aan de balie meestal niet zien. Veel leasemaatschappijen werken met een eigen netwerk van garages. Ayvens schrijft bijvoorbeeld dat het alleen werkt met geselecteerde garages, die volgens de fabrieksvoorschriften en de eigen standaard werken (Ayvens, service via Ayvens). Een garage buiten zo'n netwerk loopt het risico dat de leasemaatschappij het werk niet betaalt.
Bel daarom vóór het werk de leasemaatschappij. Vraag of u de opdracht mag uitvoeren, wie betaalt, tegen welke prijs en onder welk ordernummer. Leg dat vast op de werkorder. Dan hoeft u later niet te discussiëren over het retentierecht. Komt het toch tot een geschil met een leasemaatschappij, laat uw positie dan toetsen door een jurist.
Mag u stallingskosten rekenen als de auto blijft staan?
Als u dat vooraf hebt afgesproken, kunt u ze rekenen. Of u de auto ook voor die stallingskosten mag vasthouden, is niet zeker. Het retentierecht noemt alleen de kosten van de zorg die de wet van u vraagt.
De wet zegt dat het retentierecht ook geldt voor de kosten die u moest maken voor de zorg die u "krachtens de wet" voor de zaak moet nemen (BW, artikel 3:293). Een eigen dagtarief voor stalling is iets anders dan wettelijk verplichte zorg. Ga er dus niet van uit dat u de auto vast mag houden tot ook dat bedrag betaald is.
BOVAG-leden mogen volgens hun voorwaarden stallingskosten rekenen als de klant de auto niet binnen drie werkdagen ophaalt nadat hij bericht kreeg dat de reparatie klaar is (Algemene Voorwaarden BOVAG Autobedrijven, artikel 11). Bent u geen lid, zet dan in uw eigen voorwaarden en op de werkorder na hoeveel dagen u stallingskosten rekent en hoeveel.
Wat als de auto al weg is?
Dan is uw retentierecht meestal voorbij. Het eindigt zodra de auto in de macht komt van de klant of van de eigenaar. Alleen als u hem uit dezelfde rechtsverhouding weer onder u krijgt, herleeft het (BW, artikel 3:294).
Dat gebeurt vaker dan nodig. De sleutel ligt na sluitingstijd in de bak, de klant mag "morgen betalen", of de auto wordt opgehaald door iemand anders. Daarna hebt u alleen nog een rekening. De volgende keer weigeren te helpen tot de oude rekening betaald is, is een zwakkere positie, want dat is een nieuwe opdracht.
Raakt de auto tegen uw wil uit uw macht, bijvoorbeeld omdat de klant hem met een reservesleutel meeneemt, dan mag u hem opeisen onder dezelfde voorwaarden als een eigenaar (BW, artikel 3:295). Neem dan snel contact op met een advocaat.
Is de auto weg en betaalt een particuliere klant niet, dan volgt de gewone incassoweg. Incassokosten mag u bij een particulier pas rekenen nadat u hem schriftelijk hebt aangemaand met de gevolgen erbij en een termijn van veertien dagen, te beginnen op de dag na de aanmaning (BW, artikel 6:96 lid 6). Bij een zakelijke klant is minstens € 40 aan incassokosten verschuldigd zonder aanmaning, vanaf de dag na de uiterste betaaldatum (BW, artikel 6:96 lid 4).
Hoe voorkomt een garage dat het zover komt?
Door af te rekenen bij het ophalen. Laat de klant pinnen of een betaalverzoek betalen aan de balie, en geef dan pas de sleutel. Dan hoeft u het retentierecht bijna nooit in te roepen.
Laat betalen raakt kleine bedrijven hard. In een Brits onderzoek onder 211 kleine bedrijven noemde 59,5% late betaling een belangrijk of zeer belangrijk probleem, en 43,1% zei hetzelfde over oninbare vorderingen (Peel, Wilson & Howorth, 2000). Het ging om bedrijven in de industrie, maar het mechanisme is hetzelfde: wie zijn werk afgeeft zonder betaling, financiert zijn klant.
Een garage heeft daarbij een voordeel dat de meeste bedrijven niet hebben: het werk staat in uw werkplaats tot de klant komt. Gebruik dat. Een prijsafspraak vooraf, een gebelde klant bij meerwerk en de zin "wij geven de auto mee na betaling" voorkomen de meeste problemen.
Bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 3, artikelen 290 tot en met 295, geldend vanaf 1 juli 2025. wetten.overheid.nl
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikelen 52, 57 en 96, geldend vanaf 16 juli 2026. wetten.overheid.nl
- SER, Algemene Voorwaarden BOVAG Autobedrijven koop, reparatie en onderhoud, met wijziging oktober 2024. ser.nl
- Ayvens, Service via Ayvens, geraadpleegd 22 oktober 2026. ayvens.com
- Peel, M.J., Wilson, N. & Howorth, C. (2000). Late payment and credit management in the small firm sector: some empirical evidence. International Small Business Journal, 18(2), 17-37. doi.org