Een bedrijf gaat failliet als het zijn rekeningen niet meer kan betalen, niet als het verlies maakt. Winst ontstaat op het moment dat u factureert, geld pas als de klant betaalt. Zitten daar maanden tussen, en betaalt u ondertussen salarissen, leveranciers en btw, dan kan de bank leeg raken terwijl de winst groeit. Onderzoek laat zien dat de tijd waarin uw geld vastzit in voorraad en openstaande facturen samenhangt met hoe winstgevend een bedrijf is.
In het kort
- Faillissement draait om betalen, niet om winst. De wet spreekt van een bedrijf dat heeft opgehouden te betalen.
- In onderzoek onder 1.009 Belgische en 8.872 Spaanse bedrijven waren bedrijven met minder dagen aan openstaande facturen en voorraad winstgevender.
- Te krap is ook niet goed: er is een optimum. En een klant die failliet gaat, kan u meetrekken, zeker als u hem veel krediet geeft.
In dit artikel
- Hoe kan een bedrijf winst maken en toch failliet gaan?
- Hoe lang zit uw geld vast in uw bedrijf?
- Maakt een kortere kaskringloop een bedrijf winstgevender?
- Kan uw werkkapitaal ook te krap zijn?
- Kan een klant die failliet gaat uw bedrijf meetrekken?
- Hoeveel bedrijven gaan er in Nederland failliet?
- Welke cijfers laten op tijd zien dat het geld krap wordt?
Hoe kan een bedrijf winst maken en toch failliet gaan?
Omdat winst en geld niet op hetzelfde moment binnenkomen. Winst boekt u als u een factuur verstuurt. Geld komt pas als de klant betaalt. Een bedrijf gaat failliet als het geen geld meer heeft om te betalen, ook als het op papier winst maakt.
Dat staat ook zo in de wet. De rechter verklaart een bedrijf failliet als het heeft opgehouden te betalen (Faillissementswet, artikel 1). Of het bedrijf winst maakt, speelt daarbij geen rol. De vraag is alleen of er genoeg geld is voor de rekeningen die openstaan.
Een voorbeeld maakt het verschil zichtbaar. U levert in maart een opdracht van € 50.000 en spreekt een betaaltermijn van 60 dagen af. De omzet en de winst staan in maart in uw boeken. Het geld komt pas in mei. In april betaalt u wel uw medewerkers, uw leveranciers en de huur.
Bij de btw werkt het net zo. U bent de btw in de regel verschuldigd op het moment dat u de factuur uitreikt, niet als de klant betaalt (Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 13). Alleen ondernemers die meestal niet aan andere bedrijven leveren, kunnen btw afdragen als het geld binnen is (artikel 26). Levert u aan bedrijven, dan draagt u dus btw af over geld dat u nog niet hebt.
Hoe lang zit uw geld vast in uw bedrijf?
Dat meet u met de kaskringloop: het aantal dagen tussen het moment dat u uw leverancier betaalt en het moment dat uw klant u betaalt. Hoe langer die periode, hoe meer geld er vastzit en hoe meer u zelf moet voorfinancieren. In het Engels heet dit de cash conversion cycle.
De kaskringloop bestaat uit drie delen. Voorraaddagen zijn het aantal dagen dat goederen gemiddeld op de plank liggen. Debiteurendagen zijn het aantal dagen dat klanten gemiddeld over betalen doen. Crediteurendagen zijn het aantal dagen dat u zelf over betalen doet. De kaskringloop is voorraaddagen plus debiteurendagen min crediteurendagen (Deloof, 2003).
U rekent elk deel uit met cijfers uit uw eigen boekhouding. Debiteurendagen zijn bijvoorbeeld het bedrag aan openstaande klantfacturen, gedeeld door de jaaromzet, maal 365. Voorraaddagen en crediteurendagen rekent u op dezelfde manier uit, met de voorraad en de inkoop. Het gaat niet om één meting, maar om hoe het getal zich per maand ontwikkelt.
Maakt een kortere kaskringloop een bedrijf winstgevender?
Onderzoek wijst die kant op. Bedrijven met minder dagen aan openstaande facturen en voorraad zijn gemiddeld winstgevender. Dat is gevonden bij grote Belgische bedrijven en bij Spaanse mkb-bedrijven.
Deloof onderzocht 1.009 grote Belgische bedrijven buiten de financiële sector, over de jaren 1992 tot en met 1996. Bedrijven met minder debiteurendagen en minder voorraaddagen waren winstgevender. Minder winstgevende bedrijven wachtten juist langer met het betalen van hun eigen rekeningen (Deloof, 2003).
García-Teruel en Martínez-Solano keken naar 8.872 Spaanse mkb-bedrijven over de jaren 1996 tot en met 2002. Ook daar ging een kortere kaskringloop samen met een hogere winstgevendheid. De onderzoekers toetsten of het verband niet andersom liep, dus dat winstgevende bedrijven gewoon sneller betaald krijgen. De uitkomst bleef overeind (García-Teruel & Martínez-Solano, 2007).
Het blijft onderzoek naar gemiddelden in grote groepen bedrijven, in België en Spanje en in een andere periode. Het zegt niet dat elk bedrijf meer winst maakt als het zijn betaaltermijn halveert. Het zegt wel dat geld dat vastzit in facturen en voorraad niet gratis is. U moet het financieren, met eigen geld of met een lening.
Kan uw werkkapitaal ook te krap zijn?
Ja. Werkkapitaal is het geld dat vastzit in voorraad en openstaande facturen, min wat u zelf nog moet betalen. Te veel werkkapitaal kost geld, maar te weinig kost omzet. Er is een punt waar het optimaal is.
Baños-Caballero, García-Teruel en Martínez-Solano vonden bij Britse bedrijven een omgekeerde U-vorm. Tot een bepaald niveau gaat meer werkkapitaal samen met betere prestaties, daarboven met slechtere. Bij bedrijven die moeilijker aan financiering komen, ligt dat optimale punt lager (Baños-Caballero, García-Teruel & Martínez-Solano, 2014).
In de praktijk betekent dit: een te kleine voorraad kost u leveringen. Betaaltermijnen die strenger zijn dan in uw branche gebruikelijk, kosten u klanten. Het doel is dus niet nul, maar zo kort als uw klanten en uw markt toelaten. Voor een klein bedrijf met weinig ruimte bij de bank ligt die grens strakker dan voor een groot bedrijf.
Kan een klant die failliet gaat uw bedrijf meetrekken?
Ja. Als een klant failliet gaat, bent u uw openstaande facturen vaak grotendeels kwijt. Hoe meer krediet u geeft, hoe groter dat risico. Zweeds onderzoek laat zien dat zo'n verlies de kans vergroot dat de leverancier zelf ook failliet gaat.
Jacobson en Von Schedvin onderzochten hoe faillissementen zich verspreiden via handelskrediet. Handelskrediet is het uitstel van betaling dat u een klant geeft. Leveranciers die meer krediet gaven, kregen vaker te maken met een failliete klant en verloren dan ook meer. Dat verlies verhoogde hun eigen faillissementsrisico flink (Jacobson & von Schedvin, 2015).
Het effect was kleiner bij leveranciers met weinig schulden, veel geld in kas en een hoge winstgevendheid. Het was groter in tijden van economische neergang (Jacobson & von Schedvin, 2015). Winst helpt dus, maar een buffer in geld helpt net zo goed. Een bedrijf dat veel krediet geeft aan een paar grote klanten, loopt het meeste risico.
Hoeveel bedrijven gaan er in Nederland failliet?
In 2025 werden in Nederland 3.636 bedrijven failliet verklaard, 15% minder dan in 2024. De faillissementsgraad, het aantal faillissementen per 100.000 bedrijven, kwam gemiddeld uit op 8,2 (CBS, 2026). Dit zijn voorlopige cijfers.
In 2026 loopt het aantal weer op. In september 2026 gingen 320 bedrijven failliet, 16% meer dan een jaar eerder. De faillissementsgraad was 8,5, tegen 7,5 in september 2025 (CBS, 2026). Vervoer en opslag had die maand de hoogste faillissementsgraad van alle branches.
De cijfers van het CBS zeggen niet of een failliet bedrijf vlak daarvoor winstgevend was. Hoeveel van deze bedrijven op papier winst maakten, is dus niet bekend. Het onderzoek naar werkkapitaal en handelskrediet laat wel zien waarom geld, en niet winst, het moment van faillissement bepaalt.
Welke cijfers laten op tijd zien dat het geld krap wordt?
Kijk niet alleen naar de winst, maar ook naar de kaskringloop en het banksaldo dat u verwacht. Een paar getallen per maand zeggen meer dan een jaarrekening die maanden na afloop van het jaar klaar is. Drie getallen geven het snelst een signaal.
Debiteurendagen
Lopen ze op, dan betalen klanten trager of geeft u ruimere termijnen dan u denkt.
Voorraaddagen
Stijgen ze, dan zit er meer geld op de plank dan uw omzet nodig heeft.
Uw grootste openstaande posten
Hoeveel staat er open bij uw drie grootste klanten? Gaat er één failliet, kunt u dat verlies dan dragen?
Zet daar een eenvoudige verwachting van het banksaldo naast, voor de komende drie maanden. Neem de btw, de loonheffingen en de aflossingen mee op de dag dat ze betaald moeten worden. Zo ziet u een tekort aankomen terwijl er nog tijd is om met de bank, een klant of een leverancier te praten.
Bronnen
- Faillissementswet, artikel 1. Geraadpleegd op wetten.overheid.nl, oktober 2026. wetten.overheid.nl
- Wet op de omzetbelasting 1968, artikelen 13 en 26. Geraadpleegd op wetten.overheid.nl, oktober 2026. wetten.overheid.nl
- Deloof, M. (2003). Does working capital management affect profitability of Belgian firms? Journal of Business Finance & Accounting, 30(3-4), 573-588. doi.org
- García-Teruel, P.J. & Martínez-Solano, P. (2007). Effects of working capital management on SME profitability. International Journal of Managerial Finance, 3(2), 164-177. doi.org
- Baños-Caballero, S., García-Teruel, P.J. & Martínez-Solano, P. (2014). Working capital management, corporate performance, and financial constraints. Journal of Business Research, 67(3), 332-338. doi.org
- Jacobson, T. & von Schedvin, E. (2015). Trade credit and the propagation of corporate failure: an empirical analysis. Econometrica, 83(4), 1315-1371. doi.org
- CBS, In december 18 procent minder faillissementen dan een jaar eerder, 12 januari 2026. cbs.nl
- CBS, In september 16 procent meer faillissementen dan een jaar eerder, 12 oktober 2026. cbs.nl