Ja, een bedrijf kan zich failliet groeien. Groei kost eerst geld: u koopt extra voorraad in, neemt mensen aan en levert werk, terwijl uw klanten pas weken later betalen. Hoe sneller de omzet stijgt, hoe meer geld er vastzit in voorraad en openstaande facturen. Een bedrijf dat winst maakt, kan zo toch zijn rekeningen niet meer betalen.
In het kort
- Groei vraagt werkkapitaal: geld dat vastzit in voorraad en in klanten die nog moeten betalen. Dat bedrag groeit mee met de omzet.
- De groei van kleine bedrijven wordt vaak beperkt door hun eigen geld. Wie sneller groeit dan zijn eigen middelen toelaten, heeft extra financiering nodig.
- U groeit veiliger met kortere betaaltermijnen, minder voorraad en financiering die u regelt voordat het geld op is.
In dit artikel
- Hoe kan een bedrijf zich failliet groeien?
- Waarom groeien kleine bedrijven vaak niet sneller dan hun eigen geld toelaat?
- Lopen snelgroeiende bedrijven meer risico om te stoppen?
- Hoe beperk ik het geld dat vastzit tijdens groei?
- Welke betaaltermijn mag ik mijn klanten geven?
- Hoe groei ik zonder in geldnood te komen?
Hoe kan een bedrijf zich failliet groeien?
Doordat groei eerst geld kost en het pas later oplevert. Een nieuwe order betekent dat u materiaal inkoopt, uren maakt en lonen betaalt. Het geld van de klant komt pas binnen als hij de factuur betaalt. Tot dat moment financiert u de groei zelf.
Het geld dat in die tussentijd vastzit, heet werkkapitaal. Het bestaat vooral uit voorraad en debiteuren, de klanten die u nog moeten betalen, min de crediteuren, de leveranciers die u zelf nog moet betalen. Groeit uw omzet, dan groeien voorraad en debiteuren meestal mee. Daarmee groeit ook het bedrag dat u moet voorschieten.
Het gevaarlijke is dat de winst er intussen goed uitziet. De extra omzet telt al mee in de winst zodra u factureert. Op de bank ziet u het omgekeerde: het saldo daalt, omdat u meer uitgeeft dan er binnenkomt. Wie alleen naar de winst kijkt, ziet het geldtekort pas als het er al is.
Waarom groeien kleine bedrijven vaak niet sneller dan hun eigen geld toelaat?
Omdat ze moeilijk aan geld van buiten komen. Onderzoek onder ruim 1.600 kleine bedrijven vond dat de groei van de meeste bedrijven werd beperkt door hun eigen middelen. Een extra dollar aan eigen geld leidde tot iets meer dan een extra dollar aan groei in bezittingen (Carpenter & Petersen, 2002).
Eigen middelen zijn in dit onderzoek het geld dat een bedrijf zelf verdient en in het bedrijf houdt. Voor bedrijven die wel nieuw eigen vermogen van beleggers ophaalden, gold die beperking volgens de onderzoekers niet (Carpenter & Petersen, 2002). Voor de meeste mkb-bedrijven geldt dus: de groei die u kunt betalen, hangt af van wat u verdient en wat u kunt lenen.
Groeit u sneller dan dat, dan moet het verschil ergens vandaan komen. Komt het niet van de bank of een investeerder, dan komt het vaak uit later betalen aan leveranciers of de Belastingdienst. Dat werkt kort, maar vergroot het risico als er iets tegenzit.
Lopen snelgroeiende bedrijven meer risico om te stoppen?
Niet de groei zelf, maar het opraken van de reserves maakt het verschil. Een Britse studie volgde 6.247 bedrijven die in hetzelfde kwartaal van 2004 begonnen, zes jaar lang. Of een bedrijf overleefde, hing vooral af van de voorraad middelen die het had opgebouwd (Coad e.a., 2013).
De onderzoekers vergeleken een bedrijf met een gokker die stopt als zijn geld op is. Goede periodes bouwen reserves op, slechte periodes eten ze op. Ook de omvang bij de start en de groei in eerdere jaren hadden invloed op de kans om te overleven (Coad e.a., 2013). Voor groei betekent dat: elke groeistap die uw reserves opmaakt, maakt u kwetsbaarder voor de volgende tegenvaller.
Hoe beperk ik het geld dat vastzit tijdens groei?
Door de tijd te verkorten tussen het moment dat u betaalt en het moment dat u betaald wordt. Die tijd heet de kasconversiecyclus: het aantal dagen voorraad plus het aantal dagen dat klanten nodig hebben om te betalen, min het aantal dagen dat u zelf neemt om leveranciers te betalen. Hoe korter die cyclus, hoe minder geld uw groei kost.
Een kortere cyclus gaat ook samen met meer winst. Bij 8.872 Spaanse mkb-bedrijven uit de jaren 1996 tot 2002 verhoogde het verkorten van de kasconversiecyclus de winstgevendheid. Minder voorraad en klanten die sneller betalen, leverden waarde op (García-Teruel & Martínez-Solano, 2007). Eerder onderzoek onder 1.009 grote Belgische bedrijven uit 1992 tot 1996 vond hetzelfde patroon (Deloof, 2003).
De Belgische studie vond ook dat minder winstgevende bedrijven hun rekeningen later betalen (Deloof, 2003). Late betaling aan leveranciers is dus eerder een teken van krapte dan een slimme manier om groei te financieren.
Welke betaaltermijn mag ik mijn klanten geven?
Zonder afspraak geldt tussen bedrijven een termijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur. U mag samen maximaal 60 dagen afspreken, tenzij een langere termijn uitdrukkelijk is afgesproken en niet kennelijk onbillijk is voor u als leverancier (art. 6:119a BW). Een korte termijn is dus de standaard, niet een gunst.
Levert u als mkb-bedrijf aan een groot bedrijf, dan beschermt de wet u extra. Een groot bedrijf mag met een mkb-leverancier geen betaaltermijn van meer dan 30 dagen afspreken. Een afspraak die langer is, is nietig (art. 6:119a BW). Juist bij groei via grote klanten is dat belangrijk, omdat die klanten vaak de grootste bedragen open hebben staan.
Betaalt een zakelijke klant te laat, dan is hij u zonder verdere afspraak de wettelijke handelsrente verschuldigd, vanaf de dag na de uiterste betaaldag tot de dag waarop hij betaalt (art. 6:119a BW). Die rente lost uw geldtekort niet op, maar geeft u wel een argument om op tijd betaling te vragen. Bij groei loont het om dat recht te kennen en te gebruiken.
Hoe groei ik zonder in geldnood te komen?
Door vooraf te berekenen hoeveel geld uw groei vraagt, en dat geld te regelen voordat u het nodig heeft. Groei is geen probleem zolang u weet hoeveel werkkapitaal erbij komt en waar dat vandaan komt.
Reken uit wat een extra euro omzet aan werkkapitaal kost
Kijk hoeveel voorraad en openstaande facturen u nu heeft per euro omzet. Bij groei neemt dat bedrag ongeveer evenredig toe, tenzij u iets verandert.
Verkort de cyclus voordat u groeit
Factureer direct na levering, vraag een aanbetaling bij grote opdrachten en houd voorraad klein. Elke dag die u wint, scheelt bij groei meer geld.
Regel financiering op tijd
Een bank kijkt naar uw cijfers. Met een plan voor de groei en een gezond saldo krijgt u eerder krediet dan wanneer u aanklopt omdat het geld al op is.
Houd een reserve over na elke groeistap
Overleven hangt af van de reserves die u heeft opgebouwd (Coad e.a., 2013). Laat groei dus nooit uw hele buffer opmaken.
Groei is goed nieuws, maar voor uw bankrekening komt het goede nieuws later dan de rekening. Wie dat van tevoren doorrekent, kan sneller groeien zonder dat een grote order of een nieuwe klant het bedrijf in gevaar brengt.
Bronnen
- Carpenter, R.E. & Petersen, B.C. (2002). Is the growth of small firms constrained by internal finance? The Review of Economics and Statistics, 84(2), 298-309. doi.org
- Coad, A., Frankish, J., Roberts, R.G. & Storey, D.J. (2013). Growth paths and survival chances: an application of Gambler's Ruin theory. Journal of Business Venturing, 28(5), 615-632. doi.org
- García-Teruel, P.J. & Martínez-Solano, P. (2007). Effects of working capital management on SME profitability. International Journal of Managerial Finance, 3(2), 164-177. doi.org
- Deloof, M. (2003). Does working capital management affect profitability of Belgian firms? Journal of Business Finance & Accounting, 30(3-4), 573-588. doi.org
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 119a, geldend vanaf 16 juli 2026. wetten.overheid.nl