Hoeveel geld een bedrijf als buffer nodig heeft, hangt af van twee dingen: hoe onvoorspelbaar de inkomsten en uitgaven zijn, en hoe makkelijk het bedrijf aan extra geld komt. Een vaste regel bestaat niet. Wel weten we dat veel kleine bedrijven weinig aanhouden: in een groot Amerikaans onderzoek kon de helft van de kleine bedrijven de uitgaven maar 27 dagen betalen als de inkomsten zouden stoppen.
In het kort
- Een buffer meet u het best in dagen: hoeveel dagen kunt u uw uitgaven betalen als er niets binnenkomt?
- Bedrijven met onzekere geldstromen en weinig toegang tot krediet hebben een grotere buffer nodig. Een kredietlijn bij de bank kan een deel van de buffer vervangen.
- Reken naast de vaste lasten ook de vaste piekmomenten mee, zoals de btw per kwartaal en het vakantiegeld in juni.
In dit artikel
Hoeveel geld moet een bedrijf als buffer aanhouden?
Genoeg om uw uitgaven te betalen in een periode waarin er minder binnenkomt dan u verwacht. Hoe lang die periode moet zijn, verschilt per bedrijf. Een buffer is geld dat u aanhoudt voor tegenvallers, bijvoorbeeld een klant die laat betaalt, een slechte maand of een onverwachte reparatie.
Een handige maat is het aantal bufferdagen. Dat is het aantal dagen dat u uw uitgaven uit uw banksaldo kunt betalen als de inkomsten zouden stoppen (JPMorgan Chase Institute, 2016). U berekent het door uw saldo te delen door wat er gemiddeld per dag uitgaat.
Onderzoek geeft geen magisch getal, maar wel de factoren die bepalen hoeveel buffer verstandig is. Bedrijven met risicovollere geldstromen houden meer geld aan, en bedrijven die makkelijk geld kunnen lenen minder (Opler e.a., 1999). Die logica geldt ook voor uw bedrijf.
Hoeveel buffer hebben kleine bedrijven in de praktijk?
Minder dan veel ondernemers denken. Het JPMorgan Chase Institute bekeek de rekeningen van 597.000 Amerikaanse kleine bedrijven in 2015. Het middelste bedrijf had een buffer van 27 dagen. Een kwart had minder dan 13 dagen, en een kwart meer dan 62 dagen (JPMorgan Chase Institute, 2016).
De verschillen tussen branches waren groot. Restaurants hadden met een middenwaarde van 16 dagen de kleinste buffer, vastgoedbedrijven met 47 dagen de grootste (JPMorgan Chase Institute, 2016). Het gaat om Amerikaanse bedrijven die bij één bank bankieren. Voor Nederland zijn zulke cijfers niet openbaar, maar het beeld is een nuttige spiegel: een buffer van een maand is eerder normaal dan krap.
Waarom heeft het ene bedrijf meer buffer nodig dan het andere?
Omdat bedrijven verschillen in risico en in toegang tot geld. Onderzoek onder Amerikaanse beursbedrijven van 1971 tot 1994 liet zien dat bedrijven met sterke groeikansen en risicovollere geldstromen relatief meer geld aanhouden. Bedrijven met de beste toegang tot leningen en beleggers hielden juist minder aan (Opler e.a., 1999).
Hetzelfde patroon zien we bij kleine bedrijven. Een studie onder 860 Spaanse mkb-bedrijven van 1996 tot 2001 vond dat bedrijven naar een eigen doelniveau voor hun kasgeld toewerken. Dat doel lag hoger bij meer groeikansen en grotere geldstromen. Het lag lager als bedrijven meer bankkrediet gebruikten of andere middelen hadden die snel in geld om te zetten zijn (García-Teruel & Martínez-Solano, 2008).
Risico weegt zwaar. De gemiddelde verhouding tussen kasgeld en totale bezittingen van Amerikaanse industriële bedrijven verdubbelde ruim tussen 1980 en 2006. De belangrijkste verklaring was dat hun geldstromen risicovoller werden. De onderzoekers noemen dit het voorzorgsmotief: geld aanhouden voor slechte tijden (Bates, Kahle & Stulz, 2009). Hoe minder voorspelbaar uw omzet, hoe groter de buffer die u nodig heeft.
Wanneer raakt een buffer op?
Vooral bij verlies, en op vaste piekmomenten die u van tevoren kunt zien. Bij de Amerikaanse beursbedrijven was verlies uit de gewone bedrijfsvoering de belangrijkste reden dat het overtollige kasgeld sterk daalde (Opler e.a., 1999). Een buffer is er dus vooral voor de maanden dat u geld verliest.
Daarnaast heeft elk Nederlands bedrijf vaste momenten waarop er veel geld tegelijk weggaat. Doet u per kwartaal btw-aangifte, dan moeten aangifte en betaling uiterlijk op de laatste dag van de maand na het kwartaal binnen zijn (Belastingdienst, 2026). Dat zijn eind januari, april, juli en oktober.
Heeft u personeel, dan komt daar het vakantiegeld bij. Werknemers hebben recht op een vakantiebijslag van ten minste 8% van hun loon, en die wordt in de regel in juni uitbetaald, tenzij in een regeling of schriftelijke afspraak een ander moment staat (art. 15 en 17 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag). Dat is een betaling van bijna een maandsalaris per werknemer in één maand.
Kan een buffer ook te groot zijn?
Ja, geld op de bank brengt weinig op en kunt u niet ook in uw bedrijf steken. De Spaanse studie liet zien dat mkb-bedrijven minder kasgeld aanhielden als de rente in de economie steeg (García-Teruel & Martínez-Solano, 2008). Bedrijven wegen dus af wat een buffer kost tegenover wat hij oplevert.
Heeft u een bv, dan mag u geld dat u echt niet nodig heeft als dividend uitkeren, maar niet zomaar. Het bestuur moet de uitkering weigeren als het weet of redelijkerwijs kan voorzien dat de bv daarna haar opeisbare schulden niet meer kan betalen. Gebeurt dat toch, dan kunnen de bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn voor het tekort (art. 2:216 BW).
Voor een bv is een buffer dus ook een kwestie van wet. Voordat u geld uit het bedrijf haalt, moet u kunnen laten zien dat het bedrijf daarna de komende tijd zijn rekeningen kan blijven betalen. Een berekening van uw buffer en uw piekmomenten is daarvoor de basis.
Hoe bepaal ik mijn eigen buffer?
Begin bij uw uitgaven, tel de vaste piekmomenten erbij op en stel het geheel bij voor uw risico en uw kredietmogelijkheden. Zo komt u op een bedrag dat bij uw bedrijf past, in plaats van op een algemene vuistregel.
Bereken uw uitgaven per dag
Tel de uitgaven van de afgelopen twaalf maanden op en deel door 365. Deel uw banksaldo daardoor, dan weet u hoeveel bufferdagen u nu heeft.
Tel de piekmomenten erbij op
Reserveer apart voor de btw van het lopende kwartaal en, als u personeel heeft, voor het vakantiegeld dat in juni betaald moet worden.
Kijk naar hoe wisselend uw omzet is
Schommelt uw omzet sterk per maand, dan heeft u meer bufferdagen nodig (Bates, Kahle & Stulz, 2009). Hetzelfde geldt als u afhangt van een paar grote klanten, want dan raakt één late betaling u hard.
Tel uw kredietruimte mee
Een toegezegde kredietlijn bij de bank kan een deel van de buffer vervangen (García-Teruel & Martínez-Solano, 2008). Let wel op: een bank kan een krediet juist in slechte tijden beperken.
Herhaal die berekening minstens één keer per jaar, en zeker als uw bedrijf groeit of verandert. Een buffer die vorig jaar ruim was, kan na een nieuwe werknemer of een grotere klant ineens krap zijn.
Bronnen
- JPMorgan Chase Institute (2016). Cash is king: flows, balances, and buffer days. September 2016. jpmorganchase.com
- Opler, T., Pinkowitz, L., Stulz, R. & Williamson, R. (1999). The determinants and implications of corporate cash holdings. Journal of Financial Economics, 52(1), 3-46. doi.org
- García-Teruel, P.J. & Martínez-Solano, P. (2008). On the determinants of SME cash holdings: evidence from Spain. Journal of Business Finance & Accounting, 35(1-2), 127-149. doi.org
- Bates, T.W., Kahle, K.M. & Stulz, R.M. (2009). Why do U.S. firms hold so much more cash than they used to? The Journal of Finance, 64(5), 1985-2021. doi.org
- Belastingdienst, Btw-aangifte: waar moet u aan denken?, geraadpleegd 14 oktober 2026. belastingdienst.nl
- Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikelen 15 en 17, geldend vanaf 1 juli 2026. wetten.overheid.nl
- Burgerlijk Wetboek Boek 2, artikel 216, geldend vanaf 1 juli 2026. wetten.overheid.nl