Ja, een hoge erfbelasting kan het voortbestaan van een familiebedrijf raken. In Griekenland daalden de investeringen van familiebedrijven rond de opvolging met meer dan 40% zolang de belasting op de overdracht hoog was. In Nederland is dat risico veel kleiner. De bedrijfsopvolgingsregeling stelt in 2026 de eerste € 1.543.500 van de bedrijfswaarde helemaal vrij, en 75% van wat daarboven ligt. Het echte risico zit in wat buiten die regeling valt.
In het kort
- Een hoge belasting bij opvolging gaat samen met ruim 40% minder investeringen en meer verkoop aan buitenstaanders. Dat blijkt uit een natuurlijk experiment in Griekenland.
- In Nederland is in 2026 de eerste € 1.543.500 van het ondernemingsvermogen vrijgesteld, en 75% daarboven. Over de rest kunt u tot 10 jaar uitstel van betaling krijgen.
- De grootste risico's liggen buiten de belasting: vermogen dat niet meetelt, broers of zussen die uitbetaald willen worden en een opvolger die minder goed past.
In dit artikel
- Waarom kan erfbelasting een familiebedrijf schaden?
- Wat laat het onderzoek in Griekenland zien?
- Speelt alleen de belasting een rol, of ook het erfrecht?
- Hoeveel erfbelasting betaalt u in 2026 over een familiebedrijf?
- Aan welke voorwaarden moet u voldoen voor de bedrijfsopvolgingsregeling?
- Doet de bedrijfsopvolgingsregeling wat hij moet doen?
- Is het bedrijf in de familie houden altijd de beste keuze?
- Waar loopt een opvolging in Nederland nog vast?
Waarom kan erfbelasting een familiebedrijf schaden?
Omdat de belasting in geld betaald moet worden, terwijl de erfenis vastzit in het bedrijf. De waarde van een familiebedrijf zit in machines, gebouwen, voorraad en klanten. Een erfgenaam die de belasting niet uit eigen geld kan betalen, moet het bedrijf leeghalen, geld lenen of het bedrijf verkopen.
Dat verkoopeffect is in de Verenigde Staten onderzocht met nalatenschappen uit San Francisco. De onderzoeker gebruikte de belastingwijzigingen van 1982 en vond enig bewijs dat de federale erfbelasting (de estate tax) de kans vergroot dat een familiebedrijf of boerderij na overlijden wordt verkocht. Hij kon dat effect alleen moeilijk koppelen aan een concreet gebrek aan geld bij de erfgenamen (Brunetti, 2006). Het bewijs uit deze studie is dus een aanwijzing, geen hard bewijs.
Een tweede route is minder zichtbaar. Ook als het bedrijf blijft bestaan, kan het geld voor de belasting ten koste gaan van investeringen. Het bedrijf houdt zijn geld vast of geeft het uit aan de belasting, in plaats van aan nieuwe machines of groei. Dat effect is het best onderzocht in Griekenland.
Wat laat het onderzoek in Griekenland zien?
Het laat zien dat een hoge belasting bij opvolging samengaat met meer dan 40% minder investeringen rond de overdracht. Griekenland verlaagde in 2002 de belasting op het overdragen van een bedrijf binnen de familie sterk. Daardoor kon een onderzoeker bedrijven vergelijken die vóór en na de verlaging werden overgedragen. Zo'n situatie heet een natuurlijk experiment: het beleid verandert, niet de bedrijven zelf (Tsoutsoura, 2015).
Het onderzoek gebruikt alle overdrachten van Griekse bedrijven met beperkte aansprakelijkheid tussen 1999 en 2005. Volgens een samenvatting in Chicago Booth Review ging het tarief van 20% naar ongeveer 2%. Bij het hoge tarief daalden de investeringen in gebouwen en machines van 18% vóór de overdracht naar 10% erna. De kaspositie, het geld dat het bedrijf direct beschikbaar heeft, zakte van 18% van de bezittingen drie jaar vóór de overdracht naar 12% twee jaar erna (Chicago Booth Review, 2015).
De belasting stuurde ook de keuze tussen familie en verkoop. Na de verlaging steeg het aantal bedrijven dat naar een familielid ging in plaats van naar een buitenstaander met bijna 65% (Chicago Booth Review, 2015). Ook de omzetgroei liep terug bij bedrijven die onder het hoge tarief in de familie bleven (Tsoutsoura, 2015). Een hoge belasting duwt families dus richting verkoop, en wie toch doorgaat, investeert minder.
Let op wat dit onderzoek wel en niet zegt. Het gaat over Griekenland rond 2002, met andere tarieven en regels dan in Nederland nu. Het toont aan dat een hoge belasting op opvolging investeringen raakt. Het zegt niet dat de Nederlandse erfbelasting dat in dezelfde mate doet.
Speelt alleen de belasting een rol, of ook het erfrecht?
Ook het erfrecht speelt een rol. In veel landen moet een ondernemer een minimaal deel van de erfenis nalaten aan kinderen die het bedrijf niet overnemen. Onderzoek onder 10.004 bedrijven in 38 landen tussen 1990 en 2006 laat zien dat familiebedrijven minder investeren in landen waar dat erfrecht strenger is. Bij bedrijven die geen familiebedrijf zijn, is dat verband er niet (Ellul, Pagano & Panunzi, 2010).
De verklaring is dezelfde als bij de belasting. Geld dat later naar andere erfgenamen moet, kan het bedrijf niet gebruiken als zekerheid bij een bank. Daardoor kan het minder lenen en minder investeren. Het effect zat alleen bij familiebedrijven die echt een opvolging doormaakten (Ellul, Pagano & Panunzi, 2010).
Nederland kent zo'n regel ook: de legitieme portie. Dat is het deel van de erfenis waar een kind altijd recht op heeft, ook als het onterfd is. Het is de helft van wat het kind volgens de wet zou erven, en het bestaat alleen uit geld (KNB, notaris.nl). Is er een langstlevende partner, dan kan het onterfde kind het geld pas opeisen na diens overlijden (Rijksoverheid). Een kind dat het bedrijf erft, moet broers of zussen dus soms in geld uitbetalen.
Hoeveel erfbelasting betaalt u in 2026 over een familiebedrijf?
Meestal weinig, als u de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) kunt gebruiken. De BOR is een vrijstelling in de erf- en schenkbelasting voor wie een bedrijf krijgt en voortzet. In 2026 is de waarde van het bedrijf tot € 1.543.500 volledig vrijgesteld. Over de waarde daarboven is 75% vrijgesteld (Belastingdienst, 2026).
Zonder BOR geldt het gewone tarief. Een kind of partner betaalt in 2026 10% over het deel van de erfenis tot € 158.669 en 20% over het deel daarboven (Belastingdienst, tarieven 2026). Dat geldt na aftrek van de vrijstelling. Voor een kind is die in 2026 € 26.230 (Belastingdienst, vrijstellingen 2026).
Een rekenvoorbeeld laat het verschil zien. Stel dat een kind alleen een bedrijf erft met een goingconcernwaarde van € 2.000.000. De goingconcernwaarde is de waarde van het bedrijf als draaiend geheel, inclusief de goodwill. De BOR stelt € 1.543.500 helemaal vrij, plus 75% van de resterende € 456.500. Dat is samen € 1.885.875 vrij, en er blijft € 114.125 belast (Belastingdienst, 2026). Na de kindvrijstelling is de erfbelasting ongeveer € 8.790. Zonder BOR zou het ongeveer € 378.887 zijn.
Over de belasting die overblijft, kunt u uitstel van betaling aanvragen. U krijgt dan een conserverende aanslag, een aanslag die u niet meteen hoeft te betalen. U mag er maximaal 10 jaar over doen, en u betaalt invorderingsrente over het bedrag. Stopt u binnen die 10 jaar met het bedrijf, dan vervalt het uitstel (Belastingdienst, 2026).
Aan welke voorwaarden moet u voldoen voor de bedrijfsopvolgingsregeling?
Het moet gaan om een echte, lopende onderneming, en u moet die minimaal 3 jaar voortzetten. Alleen beleggen telt niet. Beleggingen en het vermogen dat daarbij hoort, vallen buiten de regeling (Belastingdienst, 2026). Zet u het bedrijf korter dan 3 jaar voort, dan moet u de vrijgestelde belasting alsnog betalen (Successiewet 1956, art. 35b).
Er geldt ook een bezitstermijn: hoe lang de vorige eigenaar het bedrijf al had. Bij een erfenis is dat minimaal 1 jaar, bij een schenking minimaal 5 jaar. Die termijn wordt langer als de overledene meer dan 2 jaar ouder was dan de AOW-leeftijd, of de schenker meer dan 6 jaar. Wie een bedrijf geschonken krijgt, moet minimaal 21 jaar zijn. Bij een erfenis geldt geen minimumleeftijd (Belastingdienst, 2026).
Bij meerdere erfgenamen is er nog een regeling. Zetten niet alle kinderen het bedrijf voort, dan betalen de opvolgers meestal een vergoeding aan de andere erfgenamen. Die andere erfgenamen betalen erfbelasting over die vergoeding, en kunnen daarvoor maximaal 10 jaar uitstel van betaling krijgen, met invorderingsrente (Belastingdienst, 2026).
Doet de bedrijfsopvolgingsregeling wat hij moet doen?
Hij voorkomt de belasting grotendeels, maar is volgens het CPB in veel gevallen niet nodig. Het CPB onderzocht de regeling in 2022. Bij ongeveer driekwart van de overdrachten hadden de erflaters, schenkers of ontvangers genoeg vrij geld om de belasting direct te betalen. Een betalingsregeling zou volgens het CPB een goedkopere manier zijn om de continuïteit te beschermen (CPB, 2022).
De regeling kost veel en komt voor een flink deel terecht bij grote vermogens. In 2017 leverde de BOR een belastingvoordeel op van ruim 400 miljoen euro. Tussen 2010 en 2017 gebruikten per jaar ongeveer 1100 ontvangers van een schenking en 600 ontvangers van een erfenis de regeling. De kleine groep die meer dan 5 miljoen euro aan bedrijfswaarde ontving, 2,3% van de erfgenamen en 2,7% van de ontvangers van een schenking, kreeg samen ongeveer 35% van het totale voordeel (CPB, 2022).
Het CPB was wel positief over één onderdeel. De BOR rekent met de goingconcernwaarde en niet met de lagere opbrengst bij losse verkoop van alle bezittingen. Dat past bij het doel, en voorkomt dat de belasting een reden wordt om een bedrijf met weinig rendement te sluiten (CPB, 2022).
Is het bedrijf in de familie houden altijd de beste keuze?
Niet altijd. Deens onderzoek laat zien dat een opvolger uit de familie gemiddeld slechter presteert dan een opvolger van buiten. Rond de wissel van directeur daalde de operationele winst ten opzichte van de bezittingen met minstens 4 procentpunt als een familielid het overnam (Bennedsen e.a., 2007). Het verschil was het grootst in snelgroeiende sectoren, bij hoogopgeleid personeel en bij grotere bedrijven.
Een belastingvoordeel voor de familie heeft dus twee kanten. Een recent economisch model laat zien dat zo'n voordeel meer mensen aanzet tot ondernemen en eigenaren meer laat investeren, omdat ze een groter bedrijf willen doorgeven. Tegelijk houden meer minder geschikte erfgenamen het bedrijf aan, en dat kost doelmatigheid (Krug & Langenmayr, 2025). Dit is een theoretisch model, geen meting in Nederland.
Voor een ondernemer betekent dit: laat de belasting niet de keuze maken. De BOR maakt doorgeven binnen de familie fiscaal gunstig, maar het voortbestaan van het bedrijf hangt vooral af van de opvolger. Vergelijk daarom de opvolger uit de familie eerlijk met verkoop aan een buitenstaander of een bestuurder van buiten, en reken beide routes door.
Waar loopt een opvolging in Nederland nog vast?
Zelden op de erfbelasting over het bedrijf zelf, vaker op wat erbuiten valt. Drie punten verdienen aandacht. Ze volgen uit de regels voor 2026 en uit het onderzoek hierboven.
Zit er vermogen in het bedrijf dat niet meetelt?
Beleggingen in het bedrijf vallen buiten de BOR. Over dat deel betaalt de erfgenaam het gewone tarief (Belastingdienst, 2026).
Moeten andere erfgenamen worden uitbetaald?
Het geld voor broers en zussen gaat ten koste van de ruimte om te investeren, net als in het onderzoek naar erfrecht (Ellul, Pagano & Panunzi, 2010).
Is de opvolger de beste keuze voor het bedrijf?
In Denemarken presteerde een opvolger uit de familie gemiddeld slechter dan een opvolger van buiten (Bennedsen e.a., 2007).
Ook de timing telt. Door de bezitstermijn van 5 jaar bij een schenking en de langere termijn voor wie ver boven de AOW-leeftijd zit, kan wie te laat begint de regeling mislopen (Belastingdienst, 2026). Wie de opvolging ruim op tijd regelt, houdt de keuze tussen schenken, nalaten en verkopen open.
Bronnen
- Brunetti, M.J. (2006). The estate tax and the demise of the family business. Journal of Public Economics, 90(10-11), 1975-1993. doi.org/10.1016/j.jpubeco.2006.05.012
- Tsoutsoura, M. (2015). The effect of succession taxes on family firm investment: Evidence from a natural experiment. The Journal of Finance, 70(2), 649-688. doi.org/10.1111/jofi.12224
- Chicago Booth Review (2015). Succession taxes are costly for family firms. Samenvatting van Tsoutsoura (2015). chicagobooth.edu
- Ellul, A., Pagano, M. & Panunzi, F. (2010). Inheritance law and investment in family firms. American Economic Review, 100(5), 2414-2450. doi.org/10.1257/aer.100.5.2414
- Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. Legitieme portie. Geraadpleegd oktober 2026. notaris.nl
- Rijksoverheid. Kan ik mijn echtgenoot en kinderen onterven? Geraadpleegd oktober 2026. rijksoverheid.nl
- Belastingdienst (2026). Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling 2026 (brochure). belastingdienst.nl
- Belastingdienst. Tarieven erfbelasting 2026. Geraadpleegd oktober 2026. belastingdienst.nl
- Belastingdienst. Hoeveel vrijstelling heb ik in 2026 voor de erfbelasting? Geraadpleegd oktober 2026. belastingdienst.nl
- Successiewet 1956, artikel 35b, geldend op 1 januari 2026. wetten.overheid.nl
- CPB (2022). Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht, 25 mei 2022. cpb.nl
- Bennedsen, M., Nielsen, K.M., Pérez-González, F. & Wolfenzon, D. (2007). Inside the family firm: The role of families in succession decisions and performance. The Quarterly Journal of Economics, 122(2), 647-691. doi.org/10.1162/qjec.122.2.647
- Krug, P. & Langenmayr, D. (2025). Taxing transitions: Inheritance tax and family firm succession. Journal of Economic Behavior & Organization, 238, 107238. doi.org/10.1016/j.jebo.2025.107238